De Vegan Challenge is voorbij. Vanavond mijn laatste veganistische maaltijd gegeten. Toch? Nou, daar ben ik nog niet zo zeker van. De afgelopen maand ben ik me ervan bewust geworden dat een veganistische levensstijl veel voordelen heeft. Om er een paar te noemen:
- Ik ben meer groente en fruit gaan eten. Vlees is niet meer het hoofdbestanddeel van de maaltijd, maar groente. Uiteraard vaak bonen, maar ook veel verse groente.
- Veganistisch leven houdt me op gewicht. Ik ben de afgelopen maand 2 kilo afgevallen. Waar dat aan ligt? Deels aan de snack-mogelijkheden. Die zijn voor een suikervrije (ik eet al twee jaar geen suiker meer) veganist toch wel beperkt. ’s Avonds eten we voor de lekkere trek een handvol nootjes. Hoewel calorierijk, blijf je daar toch niet de hele avond van eten.
- Mijn CO2-uitstoot heb ik de afgelopen maand aanzienlijk weten te verminderen. De veehouderij is een van de meest vervuilende industrieën. Negen procent van alle CO2-uitstoot komt van de vee-industrie. Daarnaast produceren veehouderijen ook een enorme hoeveelheid methaan, een broeikasgas die een nog grotere bijdrage levert aan het opwarmen van de aarde.
Toch zal ik geen echte veganist worden. En daarvoor zijn een paar redenen te noemen:
- Ik lust alles en vind het uitermate vervelend dat ik nooit spontaan mee kan eten
- Er is beperkt aanbod in veganistische vleesvervangers. Nu heb ik de afgelopen maand veel nieuwe recepten geleerd, maar even snel en makkelijk vind ik het niet altijd.
- Ik hou best wel erg veel van een eitje op zijn tijd.
Ik ben me er de afgelopen maand van bewust geworden dat ik een prima leven kan leiden zonder dierenleed te veroorzaken. En dat ik door deze manier van leven een nog grotere bijdrage kan leveren aan een beter milieu, is helemaal geweldig. Dus terug naar ons oude leven gaan we zeker niet. We gaan van een keer per week geen vlees, naar een keer per week wél vlees. Noem het een omgekeerde flexanist. Zuivel (lees hier vooral ‘kaas’) en eieren laat ik zoveel mogelijk staan. Maar ik eet wel wat de pot schaft als we op visite zijn.
Met mijn bovenstaande plussen en minnen weet ik zeker dat ik een goede balans zal vinden.
Veganistisch eten is lekker. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Vanavond had ik weer het bewijs op mijn bord liggen. Overheerlijke ‘gehaktballetjes’. Althans, zo verkocht ik ze aan dochterlief. Hoewel ze gelijk doorhad dat dit géén echte ‘bal’ was, zat ze lekker te smullen van deze veganistische gehaktballen. Waarom ik het dan toch gehakt noem? Omdat er gehakte noten in zitten. Gehakt is gehakt.
De Vegan Challenge is al over de helft. Nog tien dagen en het is volbracht. Het gaat allemaal nog met het grootste gemak. Op een paar ‘incidentjes’ na. Toen ik bijvoorbeeld geheel onbewust boter op mijn boterham smeerde omdat ik zin had in hagelslag. De hagelslag was vegan, daar had ik op gelet. Maar de boter natuurlijk niet, dat was me even ontgaan.
Ik krijg veel leuke reacties op mijn blog over de Vegan Challenge. En heel veel lekkere tips. Bedankt daarvoor! Ik ben nu anderhalf week volledig vlees-, zuivel-, vis- en ei-loos. Oftewel, voedsel dat een relatie heeft met dieren, laat ik staan. Hoewel ik in het begin vooral mijn eitje miste, en de sloot melk in de koffie, zit ik me nu vooral te verbazen hoe lekker we eten. Met Pasen aten we ‘eiersalade’ van tofu (zie foto). Manlief maakte overheerlijke zoete aardappelkoekjes die hij serveerde met veganaise. En ik sta versteld van de mogelijkheden met kidneybonen. Zelfs dochterlief kreeg ik aan de kidneybonensalade. Uiteraard mede dankzij de erbij geserveerde taco-chips, maar toch.