Zo, ik ben er weer. Terug in de online wereld na 24 uur offline te zijn geweest. 24 uur geen sms, geen What’s App, geen email, geen Facebook en geen Twitter. O ja, en ook geen televisie. In die 24 uur heb ik natuurlijk ontzettend veel gemist! (Maar gelukkig niets dat geen dag kon wachten.)
Ik ben niet verslaafd aan mijn mobiele apparaten, daarvan was ik zeker overtuigd. Toch toonde ik gisteren een paar trekjes die ik een aantal jaar geleden zeker weten nog niet had:
- Telkens in mijn tas kijken of mijn telefoon er wel in zit.
- Na een paar spetters op mijn hoofd/het raam automatisch de iPad pakken om Buienradar te checken (wanneer houdt het nu eens op met regenen!?).
- Na een minuutje stilzitten (in de trein dit keer), de neiging hebben om reacties op mijn blog te checken.
- Eigenlijk bij elk minuutje stilzitten automatisch mijn telefoon pakken, met of zonder doel.
Gisteren heb ik alle neigingen kunnen onderdrukken. Met dochterlief speelde ik galgje in de trein, met a.s. manlief had ik ’s avonds een goed gesprek bij een goed glas wijn. In Groningen gingen we naar een turnwedstrijd van mijn a.s. bonusdochter; tussen alle oefeningen door heb ik heerlijk mensen zitten kijken, in plaats van op mijn telefoon zitten staren.
Een dag zonder iPad, telefoon en televisie is me goed bevallen. Maar heb ik van mijn dagje offline ook iets geleerd? Schaamtevol zeg ik ja. Ik besef me dat ik wel degelijk vastgeklonken zit aan mijn telefoon. Want bij elk nietsnuttig wissewasje grijp ik in mijn tas naar dat ding. Bij elk piepje ben ik weer even afgeleid. En dat is jammer. Want ik mis toch de leuke, onverwachte dingen die om mij heen gebeuren, terwijl ik starend op mijn schermpje door het leven ga.
Een dagje geen What’s app, geen Facebook, geen Twitter, geen Instagram, geen e-mail en geen televisie. Ben ik op vakantie? Nee, ik ben gewoon thuis. Maar ik ga eens een dagje offline. Buiten bereik, zeg maar. Tijd voor mezelf en voor mijn gezin, zonder steeds afgeleid te worden van bliepjes en tingeltjes, die een nieuw berichtje, een nieuwe like of een headline uit het nieuws aankondigen.
Of ik invloed heb op dochterlief met mijn ‘duurzaamheids-gedoe’, weet ik niet. Meestal is er geen directe relatie tussen wat ik zeg en wat zij doet. Ze is negen, heeft een eigen wil en laat zich niet zomaar iets aanpraten. Net als de meeste kinderen. En net als de meeste kinderen is zo ook aardig ‘vergeetachtig’. Zo vergeet ze regelmatig dat ze haar speelgoed in de huiskamer eerst moet opruimen voordat ze buiten gaat spelen met ons buurmeisje. Opruimen is sowieso niet haar sterkste kant. Dacht ik.
De Vegan Challenge is voorbij. Vanavond mijn laatste veganistische maaltijd gegeten. Toch? Nou, daar ben ik nog niet zo zeker van. De afgelopen maand ben ik me ervan bewust geworden dat een veganistische levensstijl veel voordelen heeft. Om er een paar te noemen:
De Vegan Challenge is al over de helft. Nog tien dagen en het is volbracht. Het gaat allemaal nog met het grootste gemak. Op een paar ‘incidentjes’ na. Toen ik bijvoorbeeld geheel onbewust boter op mijn boterham smeerde omdat ik zin had in hagelslag. De hagelslag was vegan, daar had ik op gelet. Maar de boter natuurlijk niet, dat was me even ontgaan.
Of ik wel eens géén zin heb om duurzaam te doen, werd me laatst gevraagd. Nou nee, eigenlijk niet. Duurzaam doen is geen last, het is een way of living. Maar ik geef toe, heel soms heb ik zin om lekker makkelijk te doen, en dat staat niet altijd gelijk aan duurzaam doen. Want hoewel ik inmiddels een fervent OV-reizigster ben, duurt het reizen met bus en trein van a naar b best lang. Per dag ben ik zeker een uurtje langer onderweg. Nu heb ik dat er meestal wel voor over, maar soms, zoals vandaag, toch eigenlijk niet. Want ik heb het druk, op het werk wachten de deadlines, mijn carpool-collega moet de andere kant op en… de auto staat voor de deur.
Mijn derde dag als veganist. Zie ik er anders uit? Nee. Voel ik me anders? Nee, niet meer of minder afgemat dat een normale vrijdagmiddag. Verlang ik al naar hompen vlees of een eierbal? Nee, ook nog niet. Niks aan de hand dus.
Ik ga trouwen! Vriendlief ging netjes voor me door zijn knieën en keek me met zijn grote trouwe ogen aan. Of ik alsjeblieft….
Ik dacht dat ik er al was, toen ik afgelopen week de stemwijzer invulde. Maar ho, de kandidatenlijst blijkt nog een achterkant te hebben: we moeten ook nog stemmen voor de leden van het algemeen bestuur van het waterschap. Hierin staan weer heel andere partijen dan bij de Provinciale Staten. Alsof het al niet moeilijk genoeg was! Hoe weet ik op wie ik moet stemmen?
Al de hele week ligt de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de Provinciale Staten op de keukentafel. Ik moet mij er nodig eens in verdiepen. Maar ergens komt het er niet van. Gelukkig heb ik een blog, die mij stimuleert daad bij het woord te voegen. Bij deze dus.