We wonen straks hemelsbreed slechts een kilometer verderop, maar het is een verschil van dag en nacht. Het verschil tussen wonen in een stad en wonen in een dorp.
Drents praoten
De taal alleen al is anders. Ik hoor mensen gezellig Drents praten. En dat geeft mij direct een thuisgevoel. Mijn ouders spraken thuis altijd netjes Nederlands, maar een switch naar het dialect was snel gemaakt als bijvoorbeeld de buurman even langskwam. Het valt me eigenlijk nu pas op dat de meeste mensen die ik ken uit de stad, geen dialect spreken.
Noaberschap

We wonen er nog niet eens en we kennen al een groot deel van de buurt. Contact maken verloopt vele malen makkelijker dan wanneer je in de stad komt wonen. De buren zijn belangrijk als je buiten de stad woont. Noaberschap noemen ze dat hier. Deze vorm van burenhulp was vooral vroeger erg belangrijk, omdat de bewoners van dorpen en afgelegen boerderijen niet altijd konden rekenen op de openbare voorzieningen.
Gelukkig bestaat het nog steeds en we rollen er ook helemaal vanzelf in. Buurman één helpt met zijn heftruck betonplaten weg te halen, buurman twee heeft wel een aanhangwagen en buurman drie pompt met de waterpomp achter zijn grote tractor even de kelder leeg. Geld hiervoor vragen? Nee, dat doet niemand. ‘Doar drink’n we wel een borrel op’, is het antwoord.






Het mooiste van de lente: de steeds langer wordende avonden. Voor ons reden om na het eten ’s avonds nog even op pad te gaan. En dan kom je soms mooie verrassingen tegen. Zoals in de Gasterse Duinen, waar de kudde van Anloo graast, prachtige Schotse Hooglanders. En dit keer liepen ze rond met hun schattige jonkies. Nog zonder imposante horens en zonder haar voor hun ogen.
Mama keek op afstand toe.
Net terug van een vakantie in Suriname, realiseer ik me maar weer eens al te goed dat duurzaamheid niet vanzelfsprekend is. Niet hier in Nederland, en nog minder in Suriname. Zeven jaar geleden was ik voor het laatst in het prachtige land, en daardoor liep ik toch wel weer een kleine duurzame schok op. Want waar ik de afgelopen jaren veel veranderingen heb gezien in Nederland, loopt Suriname wat duurzaamheid betreft hopeloos achter. Ik hoopte op huizen met zonnepanelen, aangezien de zon er elke dag genadeloos schijnt en er vaak stroomstoringen zijn. Maar ik telde er twee, geplaatst op de daken van een gemeenschapsruimte van een dorpje in de binnenlanden van Suriname. Overdag is er dus volop schone stroom. Om het dorp echter ook ’s avonds van stroom te voorzien, ronkte tijdens die uren nog steeds een diesel slurpende generator.
We hebben een heerlijk hardloop- en yogaweekendje op Vlieland achter de rug. Een prachtige manier om het eiland te ontdekken. En een mooi eiland is het. En, als duurzaamheidsfanaat, ging ik natuurlijk gelijk op zoek naar groene trekjes. En die vond ik. Dat begon al met het boeken van de bootreis. Het is maar een klein eindje, maar desalniettemin geeft Rederij Doeksen je de mogelijkheid om de CO2 uitstoot te compenseren. Een luttel bedrag van 50 cent, ik zag geen reden om het niet te doen. En de uitgelezen krant kon ik gewoon op de boot laten liggen. De rederij zamelt al het oud papier van de reizigers in en schenkt de opbrengst ervan aan de drumband op Vlieland.
Op Vlieland zelf vond ik vlak bij de aanlegsteiger van de boot het allerlekkerste en groenste winkeltje: Vlie. Een klein winkeltje gevuld met biologische en streekproducten. Versgebakken brood, pannenkoekenmix met cranberry’s, heerlijke vegetarische seitanbroodjes en veel meer lekkers. Of zo’n winkeltje loopt op zo’n klein eilandje? Jazeker! Gelukkig zien ook de Vlielanders het nut in van een duurzamer leven. En dat geeft, naast de mooie tochten over het strand en door de duinen, het verblijf op het eiland nog iets extra’s.
Hij zit werkelijk fantastisch! Mijn nieuwe spijkerbroek. Nou ja ‘mijn’ spijkerbroek. Eigenlijk is hij niet van mij. Hij is van