• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

elkedaggroener

inspiratie voor een duurzame leefstijl

  • Home
  • Duurzame inspiratie
    • Hergebruik
    • Ons eten
    • Energie
    • Minder spullen
    • Verzorging
  • Blog
    • Zelf doen
    • Zelf maken
    • Zelf beleven
    • Zelf bouwen
    • Zelf planten
    • Lezen, zien en kopen
  • Shop
    • Kaarsen
    • Duurzaam huishouden
    • Tuinieren
    • Workshops
  • Over mij
    • Samenwerking
    • Voor bedrijven
    • Veelgestelde vragen over duurzaam leven
  • Contact

Blog

5x energiereep maken

30 november 2020 door Ageda Leave a Comment

Af en toe kan je echt even behoefte hebben aan extra koolhydraten. Bijvoorbeeld tijdens het sporten, een lange wandeling of (zoals bij ons vaak het geval is) een intensieve klusdag, lees: vloertje leggen, muurtjes schilderen. Een energiereep gaat er dan wel in. Nee, niet een uit de winkel, maar lekker zelfgemaakt. Want dat is absoluut niet ingewikkeld. Maak ze met de ingrediënten die jij lekker vindt.

1. No bake ontbijtreep

Handig zonder oven. En smeuïg dankzij de notenpasta.
Met havermout, pompoenzaadjes, rozijnen, notenpasta (of pindakaas), honing, zout

Mix 225 gram havermout met 150 gram pompoenzaadjes en 150 gram rozijnen. Roer er 200 gram notenpasta, 225 gram honing en een snufje zout door en mix het goed.  Bedek een platte bakvorm met bakpapier en druk het mengsel in de vorm. Laat dit 4 uur in de koelkast opstijven en snijd het dan in stukken.

2. Energiereep met 4 ingrediënten

Dat je maar weinig ingrediënten nodig hebt voor het maken van een energiereep, bewijst dit recept.
Met dadels, noten, citroenschil en zout

Week 150 gram dadels (zonder pit) 5 minuten in heet water en laat ze vervolgens uitleggen. Maal 150 gram noten kort in de blender (niet te fijn). Snijd de dadels door de helft en blender ze heel even met de noten mee, samen met 1 theelepel geraspte citroenschil en een snufje zout. Vorm van het dadel/noten mengsel een lange rol op een plank. Verpak het in bijenwasdoek (of bakpapier/huishoudfolie als je geen bijenwasdoek hebt) en laat het een paar uur rusten in de koelkast.

3. Tropisch tintje

Voor mij horen kokos en energiereep bij elkaar. Een heerlijke tropische smaak.
Met cashewnoten, amandelen, geraspte kokos, dadels, en kokosolie

Mix 75 gram ongezouten en ongebrande cashewnoten met 75 gram ongezouten en ongebrande amandelen, 75 gram geraspte kokos in de blender helemaal fijn. Voeg 12 dadels zonder pit (5 minuten in heet water geweld) en 2 grote eetlepels kokosolie toe. Mix het totdat alles aan elkaar gaat plakken. Druk het plat op een plank en laat het goed koud worden in de koelkast. Snijd er repen uit.

4. Energie uit de oven

Bijzonder van smaak is deze mueslireep met vijfkruidenpoeder. Uit de keuken van Yvette van Boven
Met honing, kokosolie, eiwit, Chinese vijfkruidenpoeder, granola, en gedroogde vruchten

Verwarm de oven voor op 170 graden. Meng 75 ml honing met 50 gram gesmolten kokosolie (of boter), 3 eiwitten en 1 theelepel Chinese vijfkruidenpoeder. Schep er 600 gram granola en 250 gram gedroogde vruchten door en meng alles goed door elkaar. Leg bakpapier in een platte bakplaat en verdeel het mengsel erover. Druk het goed aan. Bak ongeveer 25 minuten in de oven tot hij goudbruin kleurt. Snijd in stukken zodra hij is afgekoeld en bewaar in een luchtdichte trommel.

5. Energie uit pindakaas

Als makers van Piets Pindakaas moet hier natuurlijk een echte pindakaasreep tussen zitten. Pindakaas zit bomvol energie.
Met pindakaas, lijnzaad, water, bananen, havermout, gedroogde vruchten, ongezouten notenmix

Doe 2 ½ eetlepel lijnzaad met 4 eetlepels warm water in een kom en roer net zo lang tot het mengsel wat dikker wordt. Prak 2 bananen fijn en meng het met 100 gram pindakaas. Roer hier 250 gram havermout, het lijnzaadmengsel en 50 gram gedroogde vruchten door. Schep het geheel over in een ingevette bakplaat van 20×20. Strooi 100 gram notenmix er overheen. Bak het 25-30 minuten in een op 200 graden voorverwarmde oven. Zodra het is afgekoeld, snijd je er mooie repen uit. (bron: pindakaaswinkel.nl)

Heb je veel tijd over? Bak dan deze Osawa-cake op basis van rijst.

Duurzame kalender

Filed Under: Zelf maken Tagged With: recept

Duurzaam Sinterklaas vieren doe je zo!

23 november 2020 door Ageda 1 Comment

Hoe duurzaam is Sinterklaas eigenlijk? Super duurzaam natuurlijk. Hij gaat immers al héél lang mee. Al eeuwen galoppeert hij over onze daken en brengt hij de kinderen cadeaus. Toch, als je tegenwoordig naar 5 december kijkt, is het eerder een feest van overconsumptie, veel snoepen, bergen afval en een grote duim voor de wegwerpcultuur. Dat kan natuurlijk anders. Laten we de Sint weer groen maken zonder aan feestgevoelens in te boeten. Duurzaam Sinterklaas vieren doe je zo:

Schoen zetten

Zodra de sint in het land is, mag de schoen worden gezet. ’s Avonds gaat de wortel in de schoen en wordt er luidkeels gezongen. En kijk eens aan, de volgende ochtend ligt er een cadeautje in. Het bewijs dat de Sint en zijn Pieten in het land zijn. Wat legt een duurzame Piet in de gauwigheid in de schoenen? Juist, iets nuttigs.

  1. Heeft je kind nieuwe kleding nodig? Verpak het in een schoencadeau. Grappige sokken of een leuk t-shirt doet het altijd én past opgerold in de schoen
  2. Een tweedehands (prenten)boek
  3. Tekenspullen
  4. Veganistische klei
  5. Ecologische vingerverf
  6. Een duurzame chocoladeletter, bijvoorbeeld van Tony Chocolonely
  7. Brei, punnik, timmer, klei, schilder: geef een zelfgemaakt cadeautje
  8. Iets lekkers uit je eigen keuken

Kijk voor meer inspiratie op mijn Pinterestbord

Suikergoed en marsepein

Snoepen hoort bij Sinterklaas: pepernoten, taai taai, speculaas, het is smullen rond 5 december. Alleen liggen tegenwoordig de pepernoten net na de zomervakantie al in de winkel en gaan er op school en thuis zakken tegelijk door. Wil je dat de kinderen (en jijzelf) minder snoepen deze tijd? Haal het dan niet voortijdig in huis. Laat vooral de kruidnoten links liggen, want die zitten vol verzadigde vetten en zijn gemaakt met palmolie. Geniet er van om thuis met de kinderen echte pepernoten te maken. Met echte (biologische )roomboter of vegan. Of nog leuker: speculaaspoppen.

Kijk voor recepten op mijn Pinterestbord

Geen zin of geen tijd om zelf te maken? Kopen kan natuurlijk ook. Biologische pepernoten vind je bij Albert Heijn (eigen merk) en Ekoplaza (Your Organic Nature). Biologisch speculaas zijn van de merken BioToday, Zonnemaire of Hutten

Duurzaam chocoladeletter

We gaan nog even door op het snoepgoed. Want wat is sinterklaas zonder chocoladeletter? Lang leve TonyChocolonely, die de slaafvrije chocoladeletter introduceerde. Wil je biologisch, kijk dan eens bij Your Organic Nature, of Happy Chocolate. Gelukkig hebben ook supermarkten biologische chocoladeletters in de schappen, meestal van eigen merk.

Pakjesavond

En dan de belangrijkste avond: pakjesavond. Het is voor de meeste kinderen de mooiste avond van het jaar. En de spannendste. Een tip van de Groene Piet: geef de kinderen niet te veel. Want daardoor leren ze spullen niet op waarde te schatten. Koop liever één cadeau van kwaliteit, dan meerdere goedkope cadeautjes wat na een paar keer spelen kapot is. Houdt het binnen de perken en heb vooral veel aandacht voor elkaar.

Dank Groene Piet voor dit advies. Maar wat geven we de kinderen dan?

  1. Geef een activiteit cadeau, zoals een uitstapje naar de dierentuin, een attractiepark of de bioscoop.
  2. Iets wat je zelf hebt gemaakt. Bijvoorbeeld een leuk fotoboek.
  3. Een boek. Vooral als ze de leeftijd hebben dat lezen nog wél leuk is (bij dochterlief (14 jaar) is het helaas te laat). Voor de allerkleinsten is een prentenboek geweldig.
  4. Knutselspullen. En dan lekker basic. Dus tekenspullen of klei. Geen kant en klare pakketten. Laat ze lekker creatief worden.
  5. Ga voor speelgoed dat gemaakt is van duurzaam materiaal, zoals hout of gerecycled kunststof.

Duurzaam shoppen

En waar kopen we onze cadeaus? Wil je duurzaam en goedkoop? Ga dan voor tweedehands. Hiervoor kun je langs de kringloopwinkel of kijken op Marktplaats. Maar er is meer keuze: bijvoorbeeld kleding op Vinted, en ook Coolblue en bol.com hebben steeds vaker tweedehands artikelen. Of hou de ik ruil en geef weg sites in jouw omgeving in de gaten. Wat voor de ander oud is, is voor jou nieuw.

Ga je voor nieuw? Shop dan in een duurzame webshop of winkel. Bijvoorbeeld WAAR (stenen winkel) of Eco-logisch (online).

Vermijd trendgevoeligheid

Hoe lang mijn dochter zeurde om die eenwieler en die Furby! Maar trendgevoelige cadeaus zijn slechts heel even leuk. Is de trend voorbij, dan ligt het in de kast. Ga liever voor iets tijdloos. Iets waar de eigen creativiteit voor nodig is. Hoewel… met ‘slijm’ heeft ze lang gespeeld. Hoewel het leukste pas kwam toen het ‘slijm’ smerig werd. Ze ging filmpjes kijken om te leren hoe ze het zelf kon maken. Dat was eigenlijk veel leuker.

Inpak ideeën

Meters cadeaupapier gaan er tijdens Sinterklaas doorheen. Uit enthousiasme wordt het er vaak afgerost, en aan het eind van pakjesavond is de papiercontainer goed gevuld. Zonde. Wil je het verduurzamen, pak dan eens anders in. Bijvoorbeeld met

  1. Een wegenkaart. Wie gebruikt nog een wegenkaart als hij een tomtom heeft? Dus haal die kaarten uit de kast en verpak er je cadeaus mee. Super origineel.
  2. Een oud tijdschrift. Scheur er mooie pagina’s uit en plak er eventueel een paar aan elkaar, als je een groot cadeau hebt. Een collage maken van foto’s uit het tijdschrift is natuurlijk helemaal mooi.
  3. De krant. Zodra je de krant uit hebt, is het oud nieuws. Ideaal dus om er iets anders mee te doen: inpakken bijvoorbeeld. Knip smalle reepjes uit en maak er een grote strik van. Of maak met verf of stift eerst een mooie tekening op een pagina. Zo verhef je krant tot kunst.
  4. Oude dozen. Bewaar de dozen die je krijgt bij een online bestelling. Het is een snelle manier van inpakken. Leg je cadeau er in en draai er wat draadjes wol omheen, plak er een bloem op of een leuke tekst uit een tijdschrift. De ontvanger kan op zijn/haar beurt de doos weer hergebruiken.
  5. Plastic zak Uiteraard een die je hergebruikt. Knip de zak in het juiste formaat zodat je cadeau er mooi inpast. Plak de zijkanten met gekleurde tape vast. Maak aan de bovenkant een mooie strik en doe er een kleurrijk koordje omheen.
  6. Textiel Met een oud overhemd of versleten blouse kan je leuk een cadeautje inpakken. Weggooien kan immers altijd nog. Knip een recht stuk uit de achterkant, of juist uit de voorkant als er nog leuke knoopjes en een kraagje op zit. Ben je creatief, dan borduur je er nog een strik op of vingerhaak je een koordje.
  7. Hand- of theedoek of washandje Eenmaal uitgepakt hoeft het niet eens weggegooid te worden. Wat dacht je van zo’n stoere rode boerentheedoek? Maak het vast met een elastiekje en vervolgens een grote strik.
  8. (Jam)pot Een klein cadeau stop je makkelijk in een lege (jam)pot. Beschilder de pot, en versier het deksel.

Duurzaam verlanglijstje

En wat vraag je nu zelf voor Sinterklaas? Op mijn lijstje staan alleen duurzame, biologische of gerecyclede wensen. Zoals

  • Een kamerplant. Planten zuiveren de lucht in huis. Vooral goed voor je nu het winter wordt en we ramen en deuren dichthouden.
  • Een goede schaar, lijm of kwasten om mee te knutselen. Geen stickers of andere eenmalige frutsels. Want knutselen doe je uiteraard met afval.
  • Een boek dat wat oplevert: Permacultuurprincipes in de natuurlijke moestuin, Doe het Zero, Groene Beauty
  • Voor wie van koken houdt: biologische kruiden
  • Een fles biologische wijn

Fijn Sinterklaasfeest

Afbeelding van lafynfyx via Pixabay

Filed Under: Zelf beleven

Je tuin in winterslaap

17 november 2020 door Ageda Leave a Comment

Nu de winter in aantocht is (op papier in ieder geval), mag de tuin én deze tuinvrouw uitrusten. De dieren doen dat ook. Zij zoeken een plekje waar ze heerlijk kunnen overwinteren, al dan niet met hun zelf bij elkaar gesprokkelde voorraad voedsel. De een gaat in winterslaap, de ander blijft actief. Zorg ervoor dat jouw tuin kan dienen als B&B voor egels, kikkers, lieveheersbeestjes, vleermuizen en eekhoorns en al die andere dieren.

Egels zoeken al in de herfst een plekje om te overwinteren. In oktober en november gaan ze in winterslaap. Voor die tijd eten ze hun buikje rond, want wakker worden doen ze pas weer in maart-april. Tot die tijd moeten ze op hun vetreserves teren. Hun nestje maken ze graag onder een hoop takken en bladeren of onder in de composthoop. Voor teveel nattigheid en extreem lage temperaturen zijn ze gevoelig. Wees dus voorzichtig als je je tuin opruimt. Ze kunnen hun bedje al opgemaakt hebben. In maart-april worden ze weer wakker.

Eekhoorns zijn eigenlijk de hele winter nog een beetje actief. In ieder geval zullen ze regelmatig opstaan om een hapje te eten. Dat menu hebben ze al op verschillende plekken in de tuin klaargelegd, zodat ze in de donkere dagen niet meer hoeven te zoeken. Eekhoorns houden van een rommelige tuin, waar ze met bladeren en takken een nestje kunnen bouwen.

Vleermuizen hebben hun vaste winteradres. Vaak met velen tegelijk. Het liefst een vochtige maar vochtvrije plek. Dat kan in een schuur zijn, maar ook een holte in een boom volstaat. Of onder een brug of oude bunkers. Ze worden weer wakker als het warmer wordt, want dan is de kans op insecten, hun voornaamste voedselbron, het grootst.

Kikkers trekken zich terug op vochtige plekken: ergens onder stenen, planken of een hoop bladeren. Sommige kikkers gaan diep onder water, anderen zoeken het droge op. De kikkers houden van vochtige plekken. Ook om in te overwinteren. Graaf voor de kikker een kuil van een halve meter diep. Leg er bladeren, snoeihout en gemaaid gras in. Met daarbij nog een paar kleine keien.

Vogels overwinteren het liefst in struiken of een nestkastje. In winterslaap gaan ze niet. Zangvogels zullen zelfs ook in de winter blijven. Snoei dus niet alle bomen in je tuin in november of december. Is het een schuilplek voor vogels, snoei dan aan het eind van de winter.

plekjes voor winterslaap plekje voor winterslaap

Hommels en wilde bijen verblijven tijdens de winter graag in droge stengels en zaadknoppen. Laat uitgebloeide bloemen dan ook staan in de winter. Overigens sterven de meeste hommels in het najaar zodra er nachtvorst komt. De koningin overleeft het wel, want die heeft de kans gehad om het buikje goed rond te eten.

Lieveheersbeestjes houden meer van warme en droge plekken. Ze moeten niet teveel hebben van nattigheid. Spleten in de schors van bomen, in dood hout, groenblijvende heesters of een plekje in de schuur is ideaal voor ze. Maar ze houden ook van plantenafval. En dan met name holle stengels, bijvoorbeeld van de venkel of lupine.

Vlinders willen houden net als lieveheersbeestjes van warme en droge plekken. Te vochtig betekent vaak hun dood. Van hele natte winters houden vlinders dus niet. Een insectenhotel op het zuiden zullen ze waarderen. En anders kruipen ze weg in een holle boom of een beschut hoekje in de schuur en houden een soort van winterslaap. In het voorjaar komen ze weer tevoorschijn. Niet alle vlinders overwinteren overigens in Nederland. Enkele soorten zoeken warmere oorden op.

Creëer zelf lekkere overwinterplekjes na de voorbeelden van hierboven. De dieren zullen je dankbaar zijn en je in het voorjaar belonen met hun aanwezigheid, plagen bestrijden.

Heb je kippen? Lees dan hier hoe je ze goed de winter doorkrijgt.

Filed Under: Zelf planten Tagged With: tuinieren, winter

Wat te doen met tamme kastanjes

9 november 2020 door Ageda Leave a Comment

Ik kreeg een zakje tamme kastanjes met de boodschap: ‘hier, doe jij er maar wat mee. Vind je vast leuk’. O ja, zeker. Tamme kastanjes lijken me heerlijk. Ik heb een tamme kastanjeboom in de tuin, maar die is nog jong en geeft amper noten. En ik wilde zo graag eens van tamme kastanjes chocoladepasta maken. Dus ik ging vol enthousiasme aan de slag. Maar met een paar dingen had ik geen rekening gehouden…

Want het leken er niet eens zoveel. Bij elkaar was het een kleine kilo. Gelijk alles maar klaarmaken dacht ik. Dat was misgedachte nummer 1. Van een kilo kastanjes kan je heel veel lekkere dingen maken. Maar trek er dan wel even een middagje voor uit. Voordat je kan beginnen, moet je ze eerst van hun jasje ontdoen. En daar is een ‘klein’ klusje.

Tamme kastanjes koken en pellen

Of doppen. Of schillen. Of hoe je het ook wilt noemen. De buitenste harde laag moet er af. Hiervoor kerf je alle kastanjes in. Ik deed het op de platte kant, omdat dat het makkelijkste snijdt. Of het de beste manier is, weet ik niet. Ik lees ook dat je een sneetje moet maken aan de bovenkant. Of juist de onderkant. Snijd ze in ieder geval ver genoeg in. Dat maakt het pellen straks een stuk makkelijker.

Vervolgens kook je de kastanjes zo’n 10 minuten in water. Giet ze daarna af en begin zo snel mogelijk, afhankelijk hoe vuurvast je vingers zijn, met het afpellen van de schilletjes. Hoe warmer de kastanjes nog zijn, hoe makkelijker het gaat. Hier had ik misgedachte nummer 2: ik begon al snel (heb vuurvaste vingers) met het pellen, maar het karwijtje nam toch zo’n dik half uur in beslag. Misschien wel langer, want ik raakte totaal het tijdsbesef kwijt. De kastanjes in de vergiet koelden natuurlijk snel af. Het pellen deed ik afwisselend met een mesje en mijn nagels. Ik kreeg kramp in mijn hand en mijn nagel zag er na afloop niet meer uit. Tip: doe geen kilo tegelijk.

Maar uiteindelijk lagen ze allemaal mooi gepeld in een kom. Effe proeven. Ook zonder verdere bewerking zijn tamme kastanjes goed te eten. Wist je dat tamme kastanjes veel minder vet hebben dan andere noten? En als je ze roostert bevatten ze zelfs nog maar 3% verzadigde vet. Honderd gram tamme kastanjes staat gelijk aan 185 kcal. Vergeleken met hazelnoten: die bevatten 650 kcal per 100 gram.

Chocoladepasta maken van tamme kastanjes

Bovenaan mijn lijstje ‘wat te doen met tamme kastanjes’ staat chocoladepasta. Je vindt verschillende recepten online die stuk voor stuk anders zijn. Uiteindelijk heb ik mijn eigen draai eraan gegeven met standaard ingrediënten die ik altijd in huis heb. Dit is de meest simpele methode:

Manier 1

Benodigdheden:

  • 150 gram tamme kastanjes
  • 1 lepel cacao
  • 1 lepel suiker (of ander zoetmiddel)
  • plantaardige olie

Maal de kastanjes samen met de cacao, suiker (of honing of ander zoetmiddel) en wat plantaardige olie in de keukenmachine. Laat het net zo lang draaien tot het smeuïg wordt. Giet het over in steriele potten.

Dit is de snelle manier om chocolade pasta te maken van tamme kastanjes. De smaak is puur. Het is niet langer houdbaar dan een dag of 3 in de koelkast. Deze kastanje chocoladepasta is heel geschikt om broodtaart mee te maken (zie hieronder).

Een tweede manier vond ik op de website van Xandrabaktbrood.nl. Iets meer werk, en de smaak is ook meer richting chocoladepasta.

Manier 2

Benodigdheden:

  • 300 gram gepelde kastanjes
  • ½ liter melk
  • vanille druppels
  • 50 gram basterdsuiker
  • 50 gram chocolade (puur of melk)

Kook de geschilde kastanjes 15 tot 20 minuten in een klein laagje water. Giet ze af en duw ze door een zeef zodat het puree wordt. Doe ze terug in de pan en breng weer zachtjes aan de kook samen met een halve liter melk, enkele vanille druppels en 50 gram basterdsuiker. Blijf roeren zodat de suiker oplost en het geheel steviger wordt. Voeg tot slot 50 gram chocolade (puur of melk) toe. Giet het over in steriele potten.

Meer bijzondere recepten met kastanjes vind je op de website van Made by Ellen

Broodtaart met tamme kastanje chocoladepasta

De eerste lichting chocoladepasta vond de familie iets minder geschikt voor op brood. Dus gebruikte ik het in de broodtaart. In plaats van enkel roomboter, smeerde ik de broodjes in met roomboter én een dikke laag chocoladepasta. Dit was zeker een groot succes bij alle familieleden.

Kastanjes invriezen

Het restant van de kastanjes heb ik ingevroren. Een kilo was wat veel om in een keer te verwerken.

Tamme kastanjes invriezen doe je als volgt:

  1. Kruisjes kerven in de ronde kant van de kastanjes
  2. Dompel de kastanjes 5 tot 10 minin kokend water
  3. Haal direct na het koken de schilletjes eraf
  4. Doe de kastanjes in luchtdichte diepvrieszakjes en plaats in de vriezer
  5. Bewaar de kastanjes maximaal 3 maanden

Conclusie

Tamme kastanjes zijn super lekker, maar het is aardig wat werk om ze allemaal te pellen. Je hoeft dus echt geen kilo tamme kastanjes klaar te maken. Een pondje werkt ook en is een stuk makkelijker. Wil je het werk er niet van hebben, dan koop je ze gekookt en al in een zakje of potje. Bijvoorbeeld bij de Ekoplaza.

Ik ben benieuwd wat jij met tamme kastanjes maakt.


Wil je vaker lezen over tuinieren, koken, hergebruik en duurzaam leven? Elke twee weken stuur ik je je nodige portie duurzame inspiratie.

 

Filed Under: Zelf maken Tagged With: recepten, tuinieren

Duurzaam schoonmaken: Een schoon en fris bed

2 november 2020 door Ageda 3 Comments

opgeruimde en schoongemaakte slaapkamer

De koude maanden komen er aan. Ik merk dat ik weer kouden voeten in bed heb. Vrouwenkwaaltje geloof ik, want manlief heeft er minder last van. Voor mij is het de hoogste tijd om het winterdekbed weer tevoorschijn te halen. Maar dan zal ik eerst eens alles in en om het bed schoonmaken. Op een duurzame manier uiteraard.

Om te beginnen zet ik alle ramen wagenwijd open. Laat je slaapkamers regelmatig luchten. Het liefst elke ochtend een kwartier tot een half uurtje.

Beddengoed wassen

Je bed schoonmaken begint uiteraard met het afhalen van alle beddengoed. Stop het in de wasmachine. Hoezen en lakens was je het beste op 60 graden om zo huisstofmijt, schimmels en bacteriën te doden. Laat het beddengoed aan de waslijn drogen. Niks is prettiger dan liggen onder schoon, fris beddengoed. Lees hier alles over goedkoop en milieuvriendelijk wassen.

Kussens wassen doe je zo

Wist je dat je ook je kussens en dekbed zelf kan wassen. Lees van te voren wel eerst de wasvoorschriften op het label aan je kussen. Doe twee of drie kussens (goed voor de balans) tegelijk in de wasmachine. Wil je je hoofdkussen weer stralend wit hebben, voeg dan een schep huishoudsoda toe aan je wasmiddel. Dit heeft een blekend effect. Was de kussens op 60 graden. En, als het kan, spoel na afloop nog een keer extra uit, zodat alle wasmiddel eruit is. Kussens kunnen in de droger. Doe er een tennisbal bij in en ze worden weer lekker zacht. Maar milieuvriendelijker is natuurlijk om de kussens in de buitenlucht te drogen. Dit duurt wel wat langer. Zorg ervoor dat de kussens echt goed droog zijn voordat je ze weer op je bed legt.

Hoe was je je dekbed?

Ook de meeste dekbedden kunnen in de was. (Check eerst weer het label met de wasvoorschriften). Het beste is om je dekbed regelmatig (een keer per week) even uit het raam te hangen om te luchten. Maar als hij echt vies is, moet hij in de was. Let wel of je trommel groot genoeg is. Hoe warm je je dekbed kan wassen, staat op het label. Kan je je dekbed niet wassen? Gebruik dan baking soda om hem weer fris te krijgen. Strooi wat baking soda over je dekbed en laat het enkele uren intrekken. Zuig vervolgens de baking soda weer op. Is je dekbed echt vuil en kan je hem zelf niet wassen? Breng hem dan naar de stomerij.

knuffel op matras bed schoonmaken

Maak je matras schoon

Controleer je matras. Ziet hij er niet zo schoon meer uit? Sommige matrassen hebben een hoes die gewassen kan worden. Dat is handig, maar ook een flink karwei. Makkelijker is om ook hier flink wat baking soda over je matras te strooien. Laat dit een uurtje zitten, en verwijder de baking soda dan met de stofzuiger. Baking soda heeft de eigenschap om vervelende geurtjes op te nemen. Zo ziet en ruikt je matras weer fris.

Knuffels in de was

Knuffels (in de kamer van de kinderen) moeten ook regelmatig in bad. Oftewel gewassen op 60 graden. Kunnen de knuffels niet meer gewassen worden, omdat ze anders uit elkaar vallen, zoals de 14-jarige Knuffie van dochterlief? Stop ‘m 48 uur in de vriezer. Schoon wordt Knuffie nooit meer, maar schimmels en bacteriën zijn dood.

Kies natuurlijk beddengoed

Controleer je matras en je beddengoed. Is alles nog heel? Mocht het tijd zijn voor nieuw beddengoed, kies dan voor natuurlijke materialen, zoals linnen, biologisch katoen, bamboe of tence. Of een heerlijke 100% wollen deken of dekbed bijvoorbeeld. Wol is volledig recyclebaar en daarnaast vuilafstotend. Een dekbed op basis van dons of biologisch katoen is ook een goed idee. Let hierbij op het keurmerk Global Organic Textile Standard (GOTS) of Responible Down Standard (RDS):

  • GOTS-certificaat garandeert dat katoen en wol puur biologisch zijn.
  • RDS keurmerk is een vrijwillige certificatie voor verbetering van het welzijn van ganzen en eenden. Het keurmerk houdt in dat ieder veertje en donsje traceerbaar is: van boerderij tot eindproduct.

Oude lakens hergebruiken

Wanneer je je beddengoed hebt vervangen, wat doe je dan met je oude lakens? Die gaan uiteraard niet in de grijze container, want dan worden ze verbrand in de afvalverbrandingsoven. Breng ze liever naar de textielcontainer bij het winkelcentrum.  Ze zullen worden hergebruikt en krijgen een nieuw leven in bijvoorbeeld meubels en isolatiemateriaal. Of beter nog: hergebruik ze zelf. Bijvoorbeeld als

  1. bescherming van je tuinmeubels die overwinteren in je schuur
  2. zak voor de knuffels van je kinderen. Hang deze aan het bed.
  3. Beschermdoek voor je moestuin in het vroege voorjaar, wanneer er vorst is voorspeld
  4. Stofrepen. Knip de stof in repen van 1-1,5 cm en gebruik deze om mee te breien of te haken. Zie onderstaand filmpje.

Een circulair matras

Nu je toch je bed aan het schoonmaken bent, inspecteer dan even goed je matras. Hoe lang lig je er al op? Ben je al toe aan een nieuw matras? Onlangs ontdekte ik Bedzzzy.com. Hier maken ze circulaire matrassen. Elk onderdeel van het matras is recyclebaar. Goedkoop zijn ze niet, maar je kunt ze ‘leasen’ voor een klein bedrag per maand. Na 5 jaar worden ze dan weer bij je opgehaald en krijg je een nieuwe. Van alle onderdelen van het oude matras worden weer nieuwe matrassen gemaakt. Kortom: geen afval. En jij zit nooit meer met een lomp en zwaar oud matras in je maag dat je naar de stortplaats moet brengen (want daar horen afgedankte matrassen thuis).

Ik pak de stofzuiger er bij en schuif het bed zover als mogelijk van de kant. Het is elke keer weer schrikken hoeveel stof zich onder het bed verzamelt. Elke week even stofzuigen voorkomt dat het een stofhoop wordt. Nu het bed van de kant is, kan ik makkelijk bij de randjes en plintjes onder het bed.

En klaar! Nu is het ongeduldig wachten totdat ik naar bed kan. Want er gaat niets boven een duik in een lekker schoon en fris bed.

Meer tips over duurzaam schoonmaken?
Bestel mijn e-book Groen Huishouden

E-book Groen Huishouden

Filed Under: Zelf doen Tagged With: huishouden

Bokashi: van keukenafval naar plantenvoeding

27 oktober 2020 door Ageda 3 Comments

afval voor in de bokashi emmer

Stel je voor: van al je keukenafval maak je je eigen plantenvoeding waar je kamer-, balkon en/of tuinplanten weelderig op groeien. En dat zonder dat het stinkt. Dat kan met de Bokashi-emmer. Ik leg je de voordelen van Bokashi uit.

Wie aan afvalscheiding doet, zal zeker ook zijn groente- en fruitafval scheiden. Maar hoe doe je dat nu op een hygiënische, niet-stinkende manier? Zelf heb ik een gft-bakje op het aanrecht staan. Heel schoon vind ik dat niet. Want al gooi ik ‘m elke dag leeg en spoel ik ‘m om, er blijven, vooral in de zomer, vliegjes omheen zwermen. Vliegjes die dol zijn onze klokhuizen, broodkorsten, uienschillen en etensresten.

Tijd voor een ander systeem. Steeds vaker hoor ik over Bokashi: een emmer waarin je kleingesneden groente- en fruitafval belandt en waar dit binnen twee weken wordt omgezet in vloeibare plantenvoeding.

Wat is Bokashi

Bokashi is een composteermethode uit Japan. Letterlijk betekent het ‘goed gefermenteerd organisch materiaal’. Want dat is wat er in een Bokashi-emmer gebeurt: al jouw organisch keukenafval wordt in korte tijd omgezet in voeding voor je planten binnen én buiten. Je geeft dus het organisch materiaal, de natuurlijke grondstoffen, terug aan de natuur.

Dit gebeurt door fermentatie. Een proces dat bijvoorbeeld ook gebruikt wordt bij het maken van zuurkool, bier, yoghurt en wijn. In het geval van Bokashi gaat het om het maken van een gezond hapje voor de bodem. Met behulp van bacteriën, schimmels en gisten wordt in een goed afgesloten emmer waar geen zuurstof bij kan, organisch materiaal omgezet tot plantenvoeding. Het is de meest efficiënte manier om je keukenafval om te zetten in iets anders nuttigs.

bokashi emmer

Bokashi maken, hoe doe je dat?

Wat heb je nodig om Bokashi te maken? Een belangrijk onderdeel is de emmer. De speciale Bokashi emmers sluiten volledig af en hebben een kraantje onderaan. Daarnaast is een starter nodig, een gecontroleerde samenstelling van micro-organismen. En tot slot: je keukenafval. Het proces begint door een laag starter in de emmer te doen. Deze starter bevat tarwezemelen waarop effectieve micro-organismen geënt zijn. Deze zorgen voor een goede fermentatie van het afval zodat er geen rotting optreedt en het niet gaat stinken.

Hierop doe je je fijngesneden keukenafval. Gooi er dus geen grote watermeloenschillen in, maar snij het in kleine stukken. Vervolgens gaat er weer een laag starter overheen. Dit proces herhaal je totdat de emmer vol zit. Dan laat je het 10 dagen rusten. Het fermentatieproces is nu in volle gang. Ondertussen ontstaat onder in de emmer een laagje vocht. Dit kun je aftappen en gemengd met water (verhouding 1:100, dus 1 dl vocht met 10 liter water) gebruiken als voeding voor al je planten.

Na 10 dagen kan je het resterende organisch materiaal uit de emmer rechtstreeks in de grond werken. Het is op dat moment nog niet vergaan, en je zult de kleine stukjes nog herkennen. Bovenop zal je een witte waas herkennen. Het ruikt licht zurig maar stinkt absoluut niet. Ziet het er donker uit en stinkt het? Dan is het fermentatieproces mislukt. Je hebt er dan te weinig starter aan toegevoegd.

Bokashi voor je (groente)tuin

Omdat de chemische samenstelling van het restant wel is veranderd, kun je het nu rechtstreeks in je grond werken. Graaf hiervoor een kleine geul op een lege plek in de tuin en verspreid het restant hier in. Gooi de geul weer dicht. De bodem doet nu de rest. Doordat het organisch materiaal al gefermenteerd is, zal het snel vergaan. Na 2 weken kun je in deze grond beginnen met planten.

Heb je een composthoop? Dan kan je het restant hier ook op te gooien. Het zal het composteringsproces versnellen. Heb je geen composthoop en geen tuin? Doe het dan in de gft-bak. Voordeel dat je dan hebt van de Bokashi-emmer is dat je middels het sap rijke voeding voor je planten hebt, of dat nu in je moestuin of bloementuin is, je balkon of kamerplanten.

Wat kan er in een Bokashi-emmer?

  • groente- en fruitresten (schillen, stronkjes, etc)
  • citrus- en bananenschillen
  • gekookt voedsel
  • gekookt (of rauwe) vlees of vis
  • kaas & yoghurt
  • eierschalen, kleine botjes en graten
  • brood (beperkt)
  • papieren theezakjes en koffiedik
  • bloemen- en plantenresten
  • as en asresten (mits zeer goed verdeeld)

Alles in kleine stukjes gesneden

Zo werkt Bokashi (klik op de poster voor groot formaat)

Wat zijn de nadelen van Bokashi

En hierin zit gelijk het enige nadeel van de Bokashi methode: al je keukenafval moet worden kleingesneden voordat het in de emmer gaat. Hoe kleiner, hoe beter het fermentatieproces werkt.

Bokashi vs compostbak

Maar composteren werkt toch ook? Thuis heb ik een compostbak in de tuin. Waarom zou ik dan ook een Bokashi-emmer aanschaffen? Er zit verschil tussen composteren en fermenteren. Composteren is rotten en werkt met zuurstof. Fermenteren werkt zonder zuurstof. Het verschil tussen een bokashi-emmer en een composthoop:

  • Tijd: Fermenteren in een bokashi-emmer gaat veel sneller. Binnen twee weken is je gft afval omgezet in plantenvoeding. Een composthoop duurt minstens een aantal maanden voordat het allemaal is gecomposteerd
  • Nut: Compost uit de compostbak gaat bij mij over de moestuin. Het vocht uit de Bokashi-emmer is vloeibaar en kan je ook makkelijk gebruiken voor je kamerplanten.
  • Vulling: Etensresten kunnen beter niet op de composthoop in verband met ongedierte. De Bokashi emmer heeft daar geen moeite mee.
  • Energie: Bij fermentatie gaat er geen energie verloren in het omzetten, omdat alles in een afgesloten ruimte gebeurt waar geen zuurstof aan te pas komt.

Een van de voordelen van Bokashi voor mijzelf is de afstand die ik moet afleggen naar de compostbak. De compostbak staat ver weg, ergens mooi weggewerkt achter in de tuin. Vooral in de donkere wintermaanden loop ik daar niet snel op mijn slippers heen. De Bokashi-emmer staat in de bijkeuken.

Bokahsi moet je niet zien als een vervanging van je composthoop. Ze werken juist goed naast elkaar. Een composthoop levert een hele hoop gezonde grond op. Vooral voor wie een grote tuin heeft, is dat zeer nuttig. Omdat het restant uit de Bokashi-emmer op de composthoop kan, vullen ze elkaar goed aan.

Voordelen van Bokashi

Bokashi is dus een mooie vorm van circulariteit en draagt bij aan een leven zonder afval. Want

  1. Je gooit je keukenafval niet weg
  2. Je maakt je eigen (verpakkingsloze) plantenvoeding

En een mooi bijeffect: het weert fruitvliegjes uit je keuken. Lekker hygiënisch dus!

Bokashi keukenemmer

 

Filed Under: Zelf planten Tagged With: Afval verminderen, circulaire, composteren, fermenteren, moestuin

Kom tot rust met planttherapie

19 oktober 2020 door Ageda Leave a Comment

Mijn tuin ligt er een beetje troosteloos bij. Langzaamaan gaat hij in winterslaap. Dat betekent dat er straks amper nog in gewerkt hoeft te worden buiten. Jammer, want het is wel mijn relax momentje. Maar nu blijkt dat planten binnenshuis ook voor de nodige ontspanning kunnen zorgen. Tijd om me daar eens in te verdiepen.

Planttherapie wordt het genoemd. Door actief bezig te zijn met planten, creëer je je eigen ontspanningssessie. Dat kan buiten, maar in deze tijd ook zeker binnen.

Wat is planttherapie?

Planttherapie is een moment voor jezelf. Planten hebben een therapeutische werking. Het schijnt dat vooral je sociaal, cognitief, fysiek, en psychologisch functioneren hierbij verbeteren. Door met je handen in de aarde te zitten, komt je tot rust. En dat kan dus net zo goed potgrond voor je kamerplant zijn als compost voor je bloemen- of moestuin. Vooral in de winter, wanneer velen van ons last krijgen van depressieve gevoelens simpelweg omdat we minder buiten zijn, biedt planttherapie uitkomst. En het is nog goedkoop ook.

Ervaringsdeskundige

Ik had er nog nooit van gehoord, maar kan mezelf toch wel ervaringsdeskundige noemen. Want het is al jaren mijn eigen vorm van therapie. Zodra ik ga tuinieren kom ik in de relaxmodus. Ik heb aandacht voor wat groeit en bloeit en mijn hoofd raakt langzaam leeg. Op momenten dat ik wel veel aan me hoofd heb dan maakt tuinieren, net als wandelen, dat ik helder na kan denken. En beter kan relativeren. Planten hebben een groot voordeel ten opzichte van mensen: ze zeggen niks, maar ze luisteren heel goed. Ja, ik geloof wel in planttherapie.

Hoe werkt planttherapie?

Op zich is de zorg voor kamerplanten minder intensief dan voor bijvoorbeeld werken in je groentetuin. Onkruid groeit er niet in en ze hebben te maken met een standaard klimaat. Wat doe je dan?

  • Water geven – planten hebben water nodig. Maar voel wel eerst even of ze echt dorst hebben. In de winter kunnen ze met minder water toe dan in de zomer. En van teveel nattigheid houdt geen enkele plant
  • Voeding geven – verse potgrond heeft voor zeker 6 weken voeding. Daarna moet je de planten regelmatig voorzien van extra voeding. Hoeveel en wat, hangt af van je plant.
  • Afstoffen – klinkt misschien suf, maar planten houden niet van stof op de bladeren. Dan kunnen ze namelijk minder licht opnemen. Neem ze voorzichtig af met een vochtige doek of zet ze af en toe onder de douche (of gebruik een plantenspuit).
  • Verpotten – als planten groeien, groeien de wortels mee. Dan kan het zo zijn dat de pot te klein wordt. Zet de plant in een grotere pot.
  • Verwijder uitgebloeide bloemen – vooral tijdens hebt bloeiseizoen. Hoe vaker je dit doet, hoe uitbundiger je plant zal bloeien.
  • Planten stekken – Leer hoe je je planten kunt stekken. Zo krijg je gratis nieuwe planten. Elke plant heeft zijn eigen stekmethode.
  • Leer over de planten die je in huis hebt – Als je de naam van de plant kent en weet hoe je ‘m moet verzorgen, dan ga je er dubbel van genieten.

Groen in huis

Groen in huis is sowieso een goed idee. Want planten in huis zorgen ervoor dat je je beter gaat voelen. Dat is uiteraard ook onderdeel van de planttherapie. Planten

  • zorgen voor ontspanning
  • maken je creatief en productief
  • ze reguleren de temperatuur
  • geven je een vakantiegevoel.

En dat laatste is helemaal fijn nu we allemaal wegens corona zoveel mogelijk thuis moeten blijven. Vakantie in eigen huis.

Tweedehands plant

Voel jij je deze tijd een beetje down? Probeer dan planttherapie. Je fleurt er niet alleen zelf van op, maar je huis ook. Planten kan je natuurlijk aanschaffen bij een tuincentrum of een bloemist (heeft vaak ook mooie planten). Is dat je een beetje te prijzig? Kijk dan eens of er bij jou in de buurt een plantenasiel zit, zodat je een tweede leven kan geven aan een afgedankte kamerplant. Ook op Marktplaats of op ruilsites vind je tweedehands planten.

Wil je van begin af aan zelf aan de slag? Kijk of je van iemand stekjes kan krijgen. Of schaf een stekjesbox aan. De goede uitleg erbij zorgt ervoor dat ook mensen zonder groene vingers er plezier aan beleven. Nog leuker, want iets zien groeien en bloeien dankzij jouw goede verzorging, wie wordt daar nu niet vrolijk van?

Geen groene vingers? Dan is dit een aanrader:

 

Filed Under: Zelf beleven Tagged With: kamerplant

Duurzame visitekaartjes maken

28 september 2020 door Ageda 2 Comments

duurzaam visitekaartje

Soms zit ik in dubio: ik wil iets maken, iets creëren, iets verkopen. Ik wil mezelf voorstellen aan de wereld. Laten zien wat ik doe. Mensen inspireren. Dat doe ik veel online. Maar offline wil ik ook mijn publiek bereiken. Al was het alleen maar omdat ik af en toe verzuip in die online wereld. Een goed gesprek is zoveel meer waard. En dan wil ik laten zien: kijk dit ben ik. En dan overhandig ik mijn visitekaartje. Bel me, zeg ik, dan praten we nog een keer verder. Maar hoe duurzaam is een visitekaartje eigenlijk?

In de online wereld ben ik zichtbaar en bereikbaar. Dus moet ik nog wel beginnen met visitekaartjes? Ik heb er even over nagedacht. En kwam tot een conclusie. Ik doe het wel. Waarom?

  1. Het is een prachtig promotiemiddel. Het vertelt wie ik ben, wat ik doe en waar je me kunt vinden. In een nutshell.
  2. De kans is groter dat je wordt onthouden. Als je een leuk gesprek hebt gehad met een potentiele klant. Aan het eind van het gesprek geef je hem of haar jouw kaartje. Dat voorkomt het scenario dat hij/zij over jou vertelt en waarschijnlijk jouw verhaal nog kent, maar niet je naam of bedrijf. O ja, het was iets met groen… groener…. Zoiets.
  3. Een visitekaartje zegt dat ik geen hobby heb, maar een bedrijf. Het zegt dat ik serieus ben en open sta voor zaken.
  4. Het is persoonlijker. Natuurlijk kan je ook connecten op LinkedIn, maar als kleine zelfstandige die haar eigen directeur en secretaresse is, val ik niet op tussen die 500+ connecties van mijn klant. Met een goed visitekaartje is de kans net iets groter dat ik word onthouden.

Duurzame visitekaartjes

Nu ik mezelf heb overtuigd van het nut van visitekaartjes (binnenkort is er een netwerkborrel, en dan zijn ze helemaal nodig), moet ik nadenken over duurzame visitekaartjes. Daarmee kan ik als Elkedaggroener gelijk al een verschil laten zien. Als het gaat om duurzame visitekaartjes, dan wordt er vooral gekeken naar duurzaam papier.

Papiersoort

Let in eerste instantie op het papiersoort dat je gebruikt. De meeste drukkerijen hebben inmiddels de keuze uit duurzaam papier. Je hebt verschillende soorten.

  1. gerecycled FSC papier. Voor recycled papier zijn geen productiebossen nodig (en dus ook geen landbouwgrond.) Daarnaast ligt het waterverbruik een stuk lager. r (10-15 liter water per kilo papier tegenover 25 liter voor nieuw papier).
  2. Papier gemaakt van landbouwafval is ook een mooie. Net als mijn kalender Elke Dag Groener, in 365 stappen op weg naar een duurzamer leven. Uit bladeren en stengels (agrarisch restmateriaal) wordt cellulose gewonnen en verwerkt tot papier.
  3. Papier gemaakt van houtresten uit zagerijen. Deze resten worden anders weggegooid. Er zijn bedrijven die het gebruiken om papier van te maken.
  4. Visitekaartjes gedrukt op Biotop papier. Dit papier is gerecycled en zonder chloor of kleurpigmenten geproduceerd. Het heeft het EU Ecolabel.
  5. Ontdek andere mogelijkheden: er bestaat ook papier gemaakt van steenafval en olifantenpoep

Let op het keurmerk

Er zijn verschillende keurmerken waar je op kunt letten als je gaat voor duurzaam papier, zoals het Europees Ecolabel, Nordic Swan Ecolabel, Blauer Engel en FSC Recycled. Check hier het logo en leer over de impact die het heeft op het milieu.

Zelf visitekaartjes maken

Wil je echt opvallen? Duurzame visitekaartjes maak je natuurlijk ook makkelijk zelf. Lees hier hoe je zelf papier maakt. Scheur of schep de vellen in het juiste formaat en beschrijf of bestempel zelf. Het is natuurlijk iets meer werk, maar je zult ook zeker opvallen.

Komende week is de netwerkborrel. Ik zal mijn stem laten horen, en mijn kaartje afgeven.

 

Filed Under: Zelf doen Tagged With: drukwerk

Je energiecontract verhuizen? Kies voor groene energie

15 september 2020 door Ageda Leave a Comment

animatie lampje stopcontact

De zomer is bijna weer voorbij, de bladeren vallen van de bomen. Met een koude avond gaat de verwarming soms even aan. En dat is het moment dat we weer denken aan onze energierekening. Wil je duurzamer leven, dan is zuinig zijn met energie een van de grootste stappen die je kunt zetten. Maar overstappen naar een groene energieleverancier is ook belangrijk. En een hele simpele stap om te zetten. Waarom voor groene energie kiezen leg ik je hier uit.

Toen stroom nog niet gewoon was

Je kan het je bijna niet voorstellen als je je computer aanzet of het licht aan doet, maar zolang hebben we helemaal nog geen stroom uit het stopcontact. Het begon allemaal met de uitvinding van de gloeilamp in 1879. Daarna ontstonden er elektriciteitscentrales waar stroom opgewekt kon worden, de eerste in 1886 in Rotterdam. Maar het zou nog lang duren voordat alle huishoudens een stopcontact hadden. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het gemeengoed.

Sinds 1973, ten tijde van de grote oliecrisis toen we konden rolschaatsen en fietsen op de snelweg, is men gaan denken over duurzamere vormen van energie opwekking. Want ja, olie (en steenkool en aardgas) is eindig. En de verbranding ervan (dat gepaard gaat bij het opwekken van energie) vervuilend. Daarnaast zijn we voor het gebruik van olie en andere fossiele brandstoffen sterk afhankelijk van (olie)bronnen in de rest van de wereld. Terwijl groene energie overal is.

Keuze in energieleveranciers

Lange tijd kon je niet kiezen van welke energieleverancier je stroom wilde ontvangen, laat staan voor welke vorm van energie je gebruik wilde maken. Je woonplaats bepaalde bij welk energieleverancier jij aangesloten was en welke stroom je kreeg. De liberalisering van de energiemarkt in 2004 leidde er toe dat iedereen vanaf dat moment zelf mag kiezen bij welke energieleverancier hij zich aansluit.

Er zijn zo’n 40 energiebedrijven, tenminste als ik goed tel. Maar misschien zijn het er meer of minder; er wordt nogal wat gefuseerd en opgebroken binnen de energiemarkt. De meeste energiebedrijven leveren naast grijze stroom ook duurzame energie. Er zijn gelukkig ook koplopers die alleen maar groene stroom aanbieden.

Stapje voor stapje

Ruim 2,4 miljoen Nederlandse huishoudens gebruikt groene stroom. En dat aantal stijgt nog elk jaar. Het mooiste zou zijn als we helemaal niet meer na hoeven te denken over groene stroom. Dat alle stroom bij voorbaat duurzaam is. Maar zo ver is het helaas nog niet. 100% groene stroom is nog niet haalbaar. In 2019 werd zo’n 18% van alle stroom in Nederland duurzaam opgewekt. Dat is nog niet heel veel, maar gelukkig is dit getal ook stijgende. Om alle huishoudens te voorzien van duurzame energie, halen we deze ook uit het buitenland.

Nieuwe ontwikkelingen

Denk jij bij groene stroom nog steeds alleen aan windmolens en zonne-energie? Onder duurzame energie vallen alle vormen van energie die onuitputtelijk zijn en die door gebruik ervan het milieu en ons bestaan op aarde niet schaden. Wind en zonne-energie zijn de twee grootste vormen van duurzame energie. Maar er zijn meer manieren.  Tot duurzame energie behoren: zon, wind, water (waterkracht, getijdenenergie, blauwe energie), biomassa, biovergisting, groen gas en aardwarmte.

Wil je weten welke vorm van groene stroom je krijgt? Check dan het stroometiket op je jaarrekening of op de website van je energiebedrijf. Daar lees je precies wat de herkomst is van stroom uit jouw stopcontact.

Waarom groene energie?

Zolang er nog ‘grijze’ stroom bestaat, zullen we dus bewust moeten kiezen voor duurzame energie. Waarom zou je groene energie kiezen? Natuurlijk vanwege bovenstaande redenen. En hoe massaler we hiervoor kiezen, hoe meer er geïnvesteerd kan worden in verdere ontwikkeling ervan. Zodat we niet anders kennen dan groene energie. En de generatie na ons zich afvraagt wat ‘grijze’ stroom toch eigenlijk betekende. Hoe mooi zou dat zijn? Het verhuizen van energie leverancier is makkelijker dan je denkt. Dus gebruik jij nog grijze stroom? Maak dan snel de overstap. Voor het geld hoef je het niet te laten, want de prijs is er niet anders om.

Ps: net zo als kiezen voor groene stroom, kun je ook kiezen voor groen bankieren. Maak ook die overstap.

Filed Under: Zelf doen Tagged With: energie, groene stroom

Een duurzame werkplek creëer je zo

4 september 2020 door Ageda Leave a Comment

Toen ik jaren geleden thuis druk bezig was met het vergroenen van mijn leefstijl, kon ik me mateloos irriteren aan de plastic bekertjes die op kantoor werden gebruikt. Of alle eenzijdig gedrukte printjes, die vervolgens in de prullenbak verdwenen. Ik besloot toen dat het tijd was om ook daar aan bewustwording te werken en actie te ondernemen. Wil jij ook een duurzame werkplek? Ik geef je hieronder een paar tips die je op weg kunnen helpen.

1. Doe het samen

Betrek je collega’s bij de duurzame stappen. Want een bedrijf verduurzamen doe je samen. Bedenk met je collega’s doelstellingen en haak aan bij duurzame dagen. Zoals de Warme Truiendag, Dag van de Duurzaamheid, Wereld Voedseldag of Fiets naar je werk dag.

2. Bezint eer ge print

Of je nu thuis of op kantoor werkt: gebruik gerecycled papier in je printer. Om papier te recyclen is minder water nodig dan bij nieuw papier. En uiteraard bespaar je op hout. Maar nog beter: gebruik minder papier. Stel jezelf de vraag of je het allemaal wel moet uitprinten. Is je antwoord toch ja, print dan dubbelzijdig. Of gebruik van enkelzijdig gedrukte printjes de achterkant. Zorg er ook voor dat het papier apart wordt ingezameld.

3. Samen naar het werk

Onderzoek eens of er mogelijkheden zijn om te carpolen. Toen ik besloot mijn auto de deur uit te doen, vroeg een collega die praktisch om de hoek woonde, of ik met haar mee wilde rijden. Gezellig, duurzaam  én goedkoop.

4. Tea Time

Ben je een grote koffie- of theedrinker tijdens kantooruren? Neem dan je eigen beker mee in plaats van wegwerpbekers te gebruiken. Was ‘m aan het eind van de dag af of stop ‘m thuis of op kantoor in de vaatwasser. O ja, moedig je collega’s aan hetzelfde te doen.

5. Krabbel op de achterkant

Ervaring leert: aantekeningen lees je, nadat je ze hebt uitgewerkt, nooit meer door. Gebruik daarom restjes papier om aantekeningen op te maken. Bijvoorbeeld de achterkant van een printje of een enveloppe.

6. Draai, schuif en bespaar

Vervang TL-verlichting door led-verlichting. Die is een stuk efficiënter en gaat ook nog eens veel langer mee. Voordelen van led-verlichting: Het bespaart per direct op je energiekosten, ze worden niet heet, ze bevatten geen kwik, en ze zijn er in allerlei soorten, maten en warmtekleuren.

7. Tekst voor gaten

Ooit gehoord van Ecofont? Dit is een duurzaam lettertype en interessant om te gebruiken wanneer je veel moet je veel printen? In dit lettertype zitten kleine witruimtes. Daar zie je niets van wanneer je ze print, toch bespaart het een hoop inkt. Volgens de bedenker van Ecofont kan dit oplopen tot een besparing van 490 miljoen cartridges per jaar. Wereldwijd uiteraard.

8. Groen schaften

Stap in de kantine over op biologische producten. Denk aan koffie en thee, maar ook aan broodjes en fruit. En bloemen en planten. Kijk ook wat je kunt doen om minder voedsel te verspillen.

Nog meer tips?

Rémon van Sparo zette nog eens 24 tips op een rij die bijdragen aan een duurzame werkplek.

infographic duurzame werkplek

 

Filed Under: Zelf doen Tagged With: kantoor, werk

Goedkoop en milieuvriendelijk wassen

24 augustus 2020 door Ageda Venema 2 Comments

milieuvriendelijk wassen

De wasmachine draait op volle toeren. In ons huishouden van 3 personen draai ik gemiddeld vier wassen per week: bont, wit, handdoeken en beddengoed. Die laatste twee zouden bij elkaar in kunnen, ware het niet dat met een puber in huis het soms lijkt of handdoeken gegeten worden. Ik probeer het wassen zo milieuvriendelijk en goedkoop mogelijk te houden. Hieronder geef ik je tips hoe ik dat voor elkaar krijg. Ik ben benieuwd wat jouw favoriet is.

  • Tips voor milieuvriendelijk wassen
  • Zelf wasmiddel maken
  • Wasnoten en was-eieren
  • Ecologische wasmiddelen

Tips voor milieuvriendelijk wassen

De makkelijkste, goedkoopste en meest effectieve manier om zuinig te wassen

  1. Was alleen als je trommel helemaal vol is. Je spaart zo energie, water én wasmiddel. En ze zeggen: hoe voller de trommel, hoe schoner de was….
  2. Was op lage temperatuur. Wassen op 30 graden bespaart niet alleen een hoop energie, maar ook geld. Een wasbeurt op 30 graden kost € 0,08 cent aan elektriciteit, tegenover € 0,21 cent voor een wasbeurt op 60 graden. Wassen op 90 graden kost € 0,33. Wassen op 30 graden in plaats van 40 graden scheelt zelfs al 26% in de kosten. En met de wasmiddelen van tegenwoordig was je ook echt schoon op 30 graden. Bijkomend voordeel: door te wassen op lage temperatuur slijten je kleren minder snel. Af en toe op hogere temperatuur wassen is overigens wel goed voor je wasmachine. Het verwijdert het vet dat niet altijd oplost op lagere temperatuur.
  3. Let op de juiste dosering van je wasmiddel. We zijn vaak veel te gulzig. Het is net als shampoo in je haar: een klein beetje volstaat al. Neem de helft van de hoeveelheid die op de wasmiddelverpakking staat. Of gebruik zeepnoten.
  4. Was op de spaarstand of het korte programma. Vaak is kleding niet echt vies, maar ruikt het onfris.
  5. Gebruik bij voorkeur de ecostand. Dit programma duurt langer maar bespaart energie én water.
  6. Hang witte was te drogen in de zon, dan bleekt hij nog meer. Hang gekleurde was binnenste buiten en achterste voren op. Zo voorkom je dat bijvoorbeeld de hals verbleekt.
  7. Plaats de waslijn boven tegels en niet boven gras. Het voorkomt optrekkend vocht uit het gras.
  8. De beste wastip: was je kleren niet te snel. De meesten van ons gooien elke dag hun kleren van die dag in de wasmand. Terwijl de meeste kleren niet eens vies zijn. Oké, zit er een vlek in, dan gaat het in de was. Maar meestal is het voldoende om je shirt of broek even te laten luchten: laat het even lekker uitwaaien voor het open raam en het kan minstens nog een keer gedragen worden. Je bespaart hiermee niet alleen water, wasmiddel en elektriciteit, maar bovenal je kleding zelf: minder wassen, is minder snel slijten. Dus je hoeft minder vaak nieuwe kleren te kopen. En dat scheelt echt! Niet alleen in de portemonnee, maar zeker voor het milieu. Want de productie van textiel is pas echt milieubelastend.

Zelf wasmiddel maken

zeep rasp nodig zelf wasmiddel makenJe kunt enorm veel kosten besparen met je wasmiddel. Een van de goedkoopste manieren is om je wasmiddel zelf te maken. Het is simpel en effectief.

Voor 5 liter wasmiddel heb je nodig:

  • 5 liter water
  • 80 gram zeep
  • 80 gram soda

Rasp de zeep. Dit kan elke zeep zijn die jij lekker vindt. Je kleren ruiken straks naar deze zeep. Laat de geraspte zeep in een liter kokend water al roerend oplossen. Doe de soda erbij en roer nogmaals goed door. Doe alles in een grote emmer, en vul aan met 4 liter heet water (hoeft niet te koken). Roer goed door en sluit de emmer af. Heb je geen deksel, doe er dan een handdoek omheen. Een nachtje laten staan, even goed doorroeren (er zitten eerst wat klonten in) en vervolgens overgieten in lege flessen. Om niet te knoeien knipte ik een petfles door de helft, deed de tuit in de te vullen fles en schonk het wasmiddel in de opengeknipte petfles. That’s all!

Omdat het een beetje kan klonteren, zou ik zeggen: schudden voor gebruik.

Let op, omdat er soda in zit, is dit middel vooral geschikt voor de witte en de handdoekenwas. Soda heeft namelijk de eigenschap om enigszins te bleken. Wil je ook wasmiddel voor je bonte was, gebruik dan minder of helemaal geen soda.

Mis je nog een lekker geurtje? Voeg er wat etherische olie aan toe, zoals lavendelolie, citroenolie of eucalyptusolie.

Wasnoten en was-eieren

Ik begrijp dat niet iedereen staat te popelen om zelf wasmiddel te maken. Gelukkig zijn er nog veel andere alternatieven. Zoals wasnoten en was-eieren.

Wasnoten

Wasnoten zijn afkomstig van de zeepnotenboom die in de (sub)tropen groeit. Deze noten bevatten saponine dat werkt als een zeep zodra het in contact komt met water. Saponine heeft reinigende en antibacteriële eigenschappen. Het klinkt een beetje onwerkelijk, maar niets is minder waar. Dit biologisch wasmiddel is echt, werkt perfect en is goed voor het milieu (belangrijkste punt), én voor de portemonnee (tweede belangrijkste punt).

Hoe werkt het? Het werkt simpel. Je stopt zo’n 4 a 5 noten in een katoenen zakje (meestal bijgeleverd, maar het kan ook in een sok) en doet deze bij je wasgoed. Zodra de noten in aanraking komen met water, lost de natuurlijke zeep op en ontstaat wasmiddel. Na een wasbeurt is je was fris en zacht. Wasverzachter is niet eens meer nodig. Wat wel ontbreekt is een lekker geurtje. Het ruikt namelijk naar… niks. Niet getreurd, als je graag een lekker luchtje aan je was wil, doe je een paar druppels etherische olie op het zakje en je was ruikt naar jouw favoriete geur. Met één zakje noten was je 3x op 30-40 graden, 2x op 60 graden of 1x op 90 graden. Meerdere malen bruikbaar dus. En bijkomend voordeel: na gebruik kunnen de noten op de composthoop, of gewoon in de biobak. Super duurzaam!

Het was- ei

Nog makkelijker milieuvriendelijk wassen dan met wasnoten, is het gebruik van het was-ei, de Eco Egg. Het ei bevat minerale parels die geen schadelijke stoffen bevatten. Met 1 ei kan je 720 wasbeurten doen.

Hoe werkt het? Bij een eco egg horen twee verschillende zakjes met balletjes: donkere en witte. De donker gekleurde balletjes zijn gemaakt van toermalijn en weken het vuil los, de witte balletjes ioniseren de zuurstofmoleculen en verwijderen zo het vuil. Deze zorgen er overigens ook voor dat de pH waarde van het water hoger wordt, wat je was zachter maakt en wasverzachter overbodig wordt. De zwarte balletjes blijven standaard in het ei, de witte moet je na 210 wasbeurten weer bijvullen.

Wellicht schrik je van de eerste aanschaf: 27 euro. Inbegrepen is echter het ei mét vulling, goed voor 720 wasbeurten. Zijn die wasbeurten voorbij? Dan koop je voor gemiddeld 6,5 euro een navulpakket die goed is voor 210 wasbeurten. Wat bij mij gelijk staat aan zo ongeveer een jaar wassen.

Ecologische wasmiddelen

Zowel de wasnoten als het was-ei hebben een ding niet: geur. Voor veel mensen, zoals ikzelf, is dat prettig. Door de was buiten op te hangen krijgt het vanzelf een frisse geur. Maar ik ken genoeg mensen die van een ander ‘fris’ geurtje houden: die van het wasmiddel. Een duurzaam maar iets duurder alternatief zijn de eco-wasmiddelen. Zoals:

  • Ecover
  • Sonnet
  • Marcel’s Green Soap
  • Klok
  • Ecodoo

Er zijn dus mogelijkheden genoeg voor goedkoop én milieuvriendelijk wassen.

duurzaam leven tipsBen je op zoek naar meer duurzame tips? Bestel dan mijn bundel Elke Dag Groener, in 365 stappen op weg naar een duurzamer leven.

 

 

Filed Under: Zelf doen Tagged With: duurzaam wassen, milieuvriendelijk

Wat te doen met: Kaasjeskruid (Malva)

18 augustus 2020 door Ageda 2 Comments

paarse bloem van kaasjeskruid. Je kunt Kaasjeskruid eten

Wat een prachtige plant is dat, dacht ik toen Kaasjeskruid ging bloeien. Prachtige paarse bloemen sierden de tuin. En hij bleef maar bloeien. En groeien! Voor ik het wist had hij honderden zaadjes laten vallen, en kwamen overal nieuwe plantjes opzetten. Ho ho, dat was iets teveel van het goede. Gelukkig kan je Kaasjeskruid eten.

Inmiddels koester ik ze, en zorg ik ervoor dat Kaasjeskruid mijn tuin niet overneemt. Van de planten die blijven staan, oogst ik regelmatig de bloemen. Die staan leuk in een salade, en in de thee.

Kaasjeskruidthee

De mooie donkerpaarse bloemen kleuren thee prachtig blauw. Vooral daarom is het leuk om ze te oogsten. Want veel smaak hebben ze niet. Maar mix ze rustig met andere aromatische theesoorten. Pluk de bloemen het liefst in de ochtend bij droog en warm weer.

Kaasjeskruid eten als groente

Je kunt ook de bladeren van Kaasjeskruid eten. De bladeren oogst je het beste voor juli, als ze nog fris en groen zijn, en voordat de plant gaat bloeien. Vroeger werd het wel vaker gegeten en bereid als bladspinazie. Ook in een salade zijn doen ze het goed. De smaak is nootachtig.

Slijmstoffen

Zowel de bladeren als de bloemen bevatten slijmstoffen. Een kruidenthee getrokken van de bloemen werkt verzachtend voor de keel. Vooral als je last hebt van kriebelhoest. Het wordt daarom veel gebruikt in zelfgemaakte hoestdranken.

Lekker voor de huid (recept)

Net als Goudsbloem is Kaasjeskruid goed voor de huid. Je maakt er makkelijk een lekkere olie van die goed schijnt te helpen tegen eczeem. Doe een handvol bloemetjes in een potje en vul het met koudgeperste olijfolie of zonnebloemolie, totdat de bloemen onderstaan. Dek het potje af met een stukje katoen en een elastiekje en laat het een maand in de zon staan. Zeef en bewaar de olie in een donkere pot.

Verfstof

Minder bekend is dat Kaasjeskruid ook een verfplant is. Het kleurt niet alleen je theewater mooi blauw, je schijnt er ook textiel groen en blauw mee te kunnen verven.

Groot en klein Kaasjeskruid

Het meest bekend in de tuin is Groot Kaasjeskruid. Maar naast de grote bestaat ook Klein Kaasjeskruid. In mijn tuin is deze beduidend kleiner en heeft lichtere bloemen. De toepassing van Klein Kaasjeskruid is dezelfde als die van zijn grote broer.

Bewaren

Je kunt de hele zomer tot aan de herfst genieten van Kaasjeskruid. Gelukkig zijn de bloemen ook makkelijk te drogen, zodat je ook in de winter je thee nog kunt opvrolijken met die leuke paarse bloemetjes.

Lees ook:

  • Wat te doen met Komkommerkruid
  • De magie van Duizendblad
  • Goudsbloem in de moestuin
  • Wat te doen met Maggiplant

Afbeelding van Manfred Richter via Pixabay

 

Filed Under: Zelf planten Tagged With: moestuin, wilde planten

« Previous Page
Next Page »

Primary Sidebar

Zoeken

Winkelmand

Producten

  • waar kan je baking soda voor gebruiken Baking soda - zuiveringszout €4.26
  • Workshop Papier Scheppen Workshop Papier Scheppen €19.50
  • Houten schijf met tekst Houten schijf met tekst €8.95 - €15.00Prijsklasse: €8.95 tot €15.00
  • duurzame drijfkaarsen Duurzame drijfkaarsen: hartjes €1.50 - €5.50Prijsklasse: €1.50 tot €5.50
  • creme wit koolzaadwas DIY: kaarsen maken van koolzaadwas €12.75
BoekenBoeken

Mijn blogs

Toen ik besloot bewuster te gaan leven, wist ik niet waar te beginnen. Maar al snel werd duidelijk dat elke stap die ik zette, goed was. Ik hoop dat mijn ervaringen jou kunnen inspireren.

Zelf doen          Zelf bouwen
Zelf planten     Lezen, zien en kopen
Zelf beleven     Zelf maken

  • Bloglovin
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Home
  • Duurzame inspiratie
  • Blog
  • Shop
  • Over mij
  • Contact

© 2026 · elkedaggroener ·