We komen net thuis met een krat vol boodschappen. We hebben weer eten voor de hele week. Maar dit keer heb ik nog iets extra’s gekocht: een voorgerecht, een hoofdgerecht en een nagerecht. Niet voor mezelf, maar voor een gezin dat dit jaar zelf niet bij machte is om een kerstdiner te koken. Dit is de actie Samen vieren we kerst van de Jumbo. Een mooi initiatief!
Jumbo schenkt met de donaties kerspakketten en organiseert etentjes door het hele land. Daarnaast doneert de winkelketen bij ieder tweede gerecht het derde gerecht.
Ik vind het een geslaagde actie. Vooral de laagdrempelige manier waarop het georganiseerd is. In de winkel neem je een coupon met een gerecht van het rekje, en rekent deze samen met je andere boodschappen af bij de kassa. Het is een kleine moeite, maar een groot gebaar. Ik hoop dat de actie helpt om iedereen aan een fijn kerstmaal te zetten.
En de ophef rond de reclame? Als Jumbo doet wat ze belooft, dan moeten ze vooral zelf weten hoeveel geld ze in de campagne steken.
Het duurt niet lang mee en dan gaan we naar Suriname! Het land waar ik meer dan tien jaar heb gewoond en waar veel van mijn lieve vrienden zich bevinden. We hebben er enorm veel zin in. Maar… vliegen past eigenlijk niet in mijn duurzame straatje. Hoewel er geen alternatief is voor het vliegtuig, vind ik toch dat ik moet kijken hoe ik de reis, en ook ons verblijf, zo duurzaam mogelijk kan maken.
Het is bijna zover. Het heerlijk avondje, pakjesavond. Dit jaar vieren we het voor het eerst met lootjes, want dochterlief gelooft niet meer. Dus vrijdag is de dag van veel cadeautjes, gedichtjes, lekker eten en drinken en surprises. Gewoon gezellig. Maar is het ook duurzaam?
Zelf pindakaas maken, humus of dadelspread. Wat dat te maken heeft met een duurzamer leven? Dat is niet zo moeilijk. Het vermindert afval. Want in plaats van een glazen pot pindakaas te kopen, neem ik een bakje mee naar de markt en laat deze vullen met pinda’s. Afvalproductie: nihil. Op mijn boterham: pindakaas. Zelfde geldt voor humus, dadelspread, komkommerspread, en noem maar op. Dit weekend ben ik me helemaal te buiten gegaan aan deze lekkernijen voor op brood. Want geen kaas meer eten… ik heb toch een alternatief nodig. Vleeswaren gaan er niet in, en suiker eet ik al twee jaar niet meer. En dan ook nog m’n afval willen verminderen. Het leek een onmogelijke opgave, maar het valt best mee. De pindakaas is heerlijk, een echt lekkere humus moet ik nog leren maken J, en die dadelspread… Ik moet zorgen dat het uit de buurt van manlief blijft. Anders is het op voordat ik er van kan genieten.
Ik krijg af en toe wel wat commentaar op mijn duurzame gewoontes. Twee weken geleden besloot ik mijn koffieconsumptie drastisch te verminderen, en na het lezen van het boek Voetprintcooking ga ik ook mijn kaasquotum aanpassen. Wat ga je dan nog wél eten, is de vraag. Ontzeg je je nu niet teveel? Nee, ik vind van niet.
Koop ik in de winter sperzieboontjes uit Kenia of uit Nederland? Wat is duurzamer, groente uit blik of uit glas? En als ik kies voor soja, ben ik dan medeschuldig aan vernietiging van het tropisch regenwoud? Het zijn van die vragen die mij bezighouden, omdat ik graag zo duurzaam mogelijk wil eten. Maar antwoorden zijn niet zo makkelijk te vinden.
Wat is het mooie aan het boek? Ze gaat de uitdaging niet uit de weg om ook de voors en tegen van biologisch eten aan te geven. Ze legt ook uit waarom duurzaam eten niet per definitie duurder is, zolang je maar je groente en fruit van het seizoen koopt, lokaal geteeld, onbewerkt, onverpakt of in grote verpakkingen. Maar ze stelt zich ook de vraag: hoe zit het met de voetafdruk van vleesvervangers, van soja, eieren, vis, noten en zaden, peulvruchten, kaas en paddenstoelen?
Seitanwraps (milieubelasting: vier voetjes)
Drie weken geleden besloot ik om de auto wat vaker te laten staan. En… om mijn auto (we hebben er twee) misschien wel helemaal de deur uit te doen. Dat laatste is nog niet het geval, maar het is inmiddels ook geen onmogelijke gedachte meer. Want reizen met het openbaar vervoer is zo gek nog niet.
Yes, ik heb weer een oplossing gevonden voor een al lang storend probleem: het gebruik van aluminiumfolie of vershoudplastic. Want wat doe je met een stuk appeltaart, een halve quiche, een stuk appel of een paar plakken brood? Juist, die verpak je in plastic, zodat ze de volgende dag nog lekker vers smaken. Kleine dingen passen natuurlijk makkelijk in een bakje, maar met die halve quiche was het toch een beetje behelpen. Tot ik Bee’s wrap tegenkwam. Een velletje, gemaakt van biologisch katoen, bijenwas, jojoba olie en boomhars.
et ziet er stug uit, maar dankzij de warmte van je handen kan je het over elke vorm heen draperen. Zodra de wrap afkoelt, blijft het gewoon in de vorm zitten waarin je het hebt geplooid. Het sluit het product lucht- en waterdicht af. Bee’s wrap is geschikt voor brood, kaas, groente en fruit of gewoon over een schaal. Echter niet voor vlees. Na gebruik was je het simpel af met koud water en een beetje afwasmiddel. De vellen kun je zeker een jaar lang hergebruiken voordat het zijn werking verliest.
Het is herfst, de bladeren vallen allemaal tegelijk van de bomen en mijn tuin is een groot bladerfestijn. Je hoort mij niet klagen hoor. Ik ben gezegend met een huis met een tuin. En een deel van deze tuin hebben we omgetoverd tot groentetuin. Want wat is er nu duurzamer dan groente eten van eigen bodem. Dit jaar waren de bietjes weer goed rood en groot, hebben we een paar weken kunnen eten van de aardappelen, at ik regelmatig een broodje kaas met tomaat en rucola, dronk ik dagelijks een glas eigen munt-thee en aten we aardbeien, blauwe bessen en kruisbessen in de yoghurt, ijs of gewoon zo, omdat ze er waren.
Woensdag boodschappendag. Een keer in de week doen we boodschappen en zorgen ervoor dat we alles in huis hebben om de week door te komen. Dat betekent dat we van te voren moeten bedenken wat we de rest van de week willen eten. Want als dochterlief zin heeft in spaghetti, dan moeten die slierten wel in huis zijn. Dus wordt er op woensdag eerst een rondje gedaan: wie wil wat eten. Niet dat het helemaal vrijblijvend is, want eens in de 2 weken brengt de biologische groenteboer (de
We hebben een heerlijk hardloop- en yogaweekendje op Vlieland achter de rug. Een prachtige manier om het eiland te ontdekken. En een mooi eiland is het. En, als duurzaamheidsfanaat, ging ik natuurlijk gelijk op zoek naar groene trekjes. En die vond ik. Dat begon al met het boeken van de bootreis. Het is maar een klein eindje, maar desalniettemin geeft Rederij Doeksen je de mogelijkheid om de CO2 uitstoot te compenseren. Een luttel bedrag van 50 cent, ik zag geen reden om het niet te doen. En de uitgelezen krant kon ik gewoon op de boot laten liggen. De rederij zamelt al het oud papier van de reizigers in en schenkt de opbrengst ervan aan de drumband op Vlieland.
Op Vlieland zelf vond ik vlak bij de aanlegsteiger van de boot het allerlekkerste en groenste winkeltje: Vlie. Een klein winkeltje gevuld met biologische en streekproducten. Versgebakken brood, pannenkoekenmix met cranberry’s, heerlijke vegetarische seitanbroodjes en veel meer lekkers. Of zo’n winkeltje loopt op zo’n klein eilandje? Jazeker! Gelukkig zien ook de Vlielanders het nut in van een duurzamer leven. En dat geeft, naast de mooie tochten over het strand en door de duinen, het verblijf op het eiland nog iets extra’s.
Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik ben niet iemand die direct in de bres springt voor het eerste de beste onrecht dat mens, dier of milieu wordt aangedaan en met actieborden de straat op rent. Ik ben meer van het stille gevecht. Ik weiger gewoon om een bepaald product te kopen of ik zet mijn handtekening onder een petitie.