
Onze tuin ziet er troosteloos uit. Na de storm van afgelopen dagen zijn nu ook de laatste blaadjes verdwenen en lijkt mijn bloemenborder op een modderpartij. De groentetuin is al niet veel beter. Toch jeuken mijn vingers weer en wil ik eten van eigen ‘bodem’. Dus haalde ik mijn kiembakje tevoorschijn. Bij de biologische slager om de hoek ontving ik laatst dankzij een volle spaarkaart een zakje biologische taugébonen, om zelf te kiemen. Taugé is super gezond. Het bevat veel eiwitten, en daarnaast ook ijzer en calcium. Perfect als je vegetarisch eet. Maar het is vooral erg lekker. In de soep, salade of als roerbakgroente.

En door het zelf te kiemen is het ook minder belastend voor het milieu, in tegenstelling tot verse taugé. Omdat taugé in een verwarmde en geconditioneerde ruimte gekweekt wordt, heeft het een hoge klimaatbelasting. Maar niet mijn eigen taugé. Zojuist twee eetlepels in het bakje gezet om eerst tien uur te weken. Vervolgens laat ik ze 4 dagen kiemen. En dan… is het smullen.


Ik vind het geweldig dat het deze mensen is gelukt hun duurzame organisatie op te starten, mede dankzij de steun van jou en mij.
Net terug van een vakantie in Suriname, realiseer ik me maar weer eens al te goed dat duurzaamheid niet vanzelfsprekend is. Niet hier in Nederland, en nog minder in Suriname. Zeven jaar geleden was ik voor het laatst in het prachtige land, en daardoor liep ik toch wel weer een kleine duurzame schok op. Want waar ik de afgelopen jaren veel veranderingen heb gezien in Nederland, loopt Suriname wat duurzaamheid betreft hopeloos achter. Ik hoopte op huizen met zonnepanelen, aangezien de zon er elke dag genadeloos schijnt en er vaak stroomstoringen zijn. Maar ik telde er twee, geplaatst op de daken van een gemeenschapsruimte van een dorpje in de binnenlanden van Suriname. Overdag is er dus volop schone stroom. Om het dorp echter ook ’s avonds van stroom te voorzien, ronkte tijdens die uren nog steeds een diesel slurpende generator.
Het is al donker als ik aanbel. Betsy doet open en geeft me twee warme en heerlijk geurende bakjes. Inhoud: hutspot met verse worst. Nee, Betsy is niet mijn moeder, en ook geen restauranthoudster. Betsy woont in de buurt. Tot vandaag was ze nog een onbekende, nu behoort ze tot mijn favoriet koks van
We komen net thuis met een krat vol boodschappen. We hebben weer eten voor de hele week. Maar dit keer heb ik nog iets extra’s gekocht: een voorgerecht, een hoofdgerecht en een nagerecht. Niet voor mezelf, maar voor een gezin dat dit jaar zelf niet bij machte is om een kerstdiner te koken. Dit is de actie Samen vieren we kerst van de Jumbo. Een mooi initiatief!
Het duurt niet lang mee en dan gaan we naar Suriname! Het land waar ik meer dan tien jaar heb gewoond en waar veel van mijn lieve vrienden zich bevinden. We hebben er enorm veel zin in. Maar… vliegen past eigenlijk niet in mijn duurzame straatje. Hoewel er geen alternatief is voor het vliegtuig, vind ik toch dat ik moet kijken hoe ik de reis, en ook ons verblijf, zo duurzaam mogelijk kan maken.
Het is bijna zover. Het heerlijk avondje, pakjesavond. Dit jaar vieren we het voor het eerst met lootjes, want dochterlief gelooft niet meer. Dus vrijdag is de dag van veel cadeautjes, gedichtjes, lekker eten en drinken en surprises. Gewoon gezellig. Maar is het ook duurzaam?
Zelf pindakaas maken, humus of dadelspread. Wat dat te maken heeft met een duurzamer leven? Dat is niet zo moeilijk. Het vermindert afval. Want in plaats van een glazen pot pindakaas te kopen, neem ik een bakje mee naar de markt en laat deze vullen met pinda’s. Afvalproductie: nihil. Op mijn boterham: pindakaas. Zelfde geldt voor humus, dadelspread, komkommerspread, en noem maar op. Dit weekend ben ik me helemaal te buiten gegaan aan deze lekkernijen voor op brood. Want geen kaas meer eten… ik heb toch een alternatief nodig. Vleeswaren gaan er niet in, en suiker eet ik al twee jaar niet meer. En dan ook nog m’n afval willen verminderen. Het leek een onmogelijke opgave, maar het valt best mee. De pindakaas is heerlijk, een echt lekkere humus moet ik nog leren maken J, en die dadelspread… Ik moet zorgen dat het uit de buurt van manlief blijft. Anders is het op voordat ik er van kan genieten.
Ik krijg af en toe wel wat commentaar op mijn duurzame gewoontes. Twee weken geleden besloot ik mijn koffieconsumptie drastisch te verminderen, en na het lezen van het boek Voetprintcooking ga ik ook mijn kaasquotum aanpassen. Wat ga je dan nog wél eten, is de vraag. Ontzeg je je nu niet teveel? Nee, ik vind van niet.
Koop ik in de winter sperzieboontjes uit Kenia of uit Nederland? Wat is duurzamer, groente uit blik of uit glas? En als ik kies voor soja, ben ik dan medeschuldig aan vernietiging van het tropisch regenwoud? Het zijn van die vragen die mij bezighouden, omdat ik graag zo duurzaam mogelijk wil eten. Maar antwoorden zijn niet zo makkelijk te vinden.
Wat is het mooie aan het boek? Ze gaat de uitdaging niet uit de weg om ook de voors en tegen van biologisch eten aan te geven. Ze legt ook uit waarom duurzaam eten niet per definitie duurder is, zolang je maar je groente en fruit van het seizoen koopt, lokaal geteeld, onbewerkt, onverpakt of in grote verpakkingen. Maar ze stelt zich ook de vraag: hoe zit het met de voetafdruk van vleesvervangers, van soja, eieren, vis, noten en zaden, peulvruchten, kaas en paddenstoelen?
Seitanwraps (milieubelasting: vier voetjes)
Drie weken geleden besloot ik om de auto wat vaker te laten staan. En… om mijn auto (we hebben er twee) misschien wel helemaal de deur uit te doen. Dat laatste is nog niet het geval, maar het is inmiddels ook geen onmogelijke gedachte meer. Want reizen met het openbaar vervoer is zo gek nog niet.
Yes, ik heb weer een oplossing gevonden voor een al lang storend probleem: het gebruik van aluminiumfolie of vershoudplastic. Want wat doe je met een stuk appeltaart, een halve quiche, een stuk appel of een paar plakken brood? Juist, die verpak je in plastic, zodat ze de volgende dag nog lekker vers smaken. Kleine dingen passen natuurlijk makkelijk in een bakje, maar met die halve quiche was het toch een beetje behelpen. Tot ik Bee’s wrap tegenkwam. Een velletje, gemaakt van biologisch katoen, bijenwas, jojoba olie en boomhars.
et ziet er stug uit, maar dankzij de warmte van je handen kan je het over elke vorm heen draperen. Zodra de wrap afkoelt, blijft het gewoon in de vorm zitten waarin je het hebt geplooid. Het sluit het product lucht- en waterdicht af. Bee’s wrap is geschikt voor brood, kaas, groente en fruit of gewoon over een schaal. Echter niet voor vlees. Na gebruik was je het simpel af met koud water en een beetje afwasmiddel. De vellen kun je zeker een jaar lang hergebruiken voordat het zijn werking verliest.