Vandaag de eerste schooldag. Gelukkig! En dat zeg ik met een diepe zucht. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik een verschrikkelijke vakantie heb gehad. Integendeel, het was gezellig en leuk, maar wel flink vermoeiend. Ik merk dat ik toe ben aan regelmaat. Aan een ritme. Want in de vakantie kan en mag alles, en daarmee doe ik niet de dingen die ik eigenlijk wil doen.
Regelmaat
Tien jaar geleden, toch dochterlief net geboren was, leerde ik de drie R’en: Rust, Reinheid en Regelmaat. En ik maar denken dat dat alleen voor de baby gold. Tien jaar later, na 6 weken vakantie, snak ik vooral naar de laatste R. De R van Regelmaat. Elke ochtend op dezelfde tijd opstaan, naar school/werk, een blogje schrijven, ’s avonds sporten en op tijd naar bed. Zonder deze regelmaat voel ik me verloren. Want juist wanneer ik zeeën van tijd heb, komt er weinig uit mijn handen. Want alles kan immers morgen ook wel. ’s Avonds nog een wijntje, omdat het toch vakantie is. Sporten doen we wel op een ander moment in de week. Maar ja, dan verdoe ik me tijd weer aan andere heerlijke, maar vaak nutteloze dingen.
De wekker weer gezet
Dus vanochtend om 6 uur ging de wekker, om 8 uur zwaaide ik dochterlief uit, en tot vanmiddag heb ik hard gewerkt. Nu tijd voor een blogje en dan de hardloopschoenen aan. So far so good. Heerlijk die regelmaat. Vakantie vieren is geweldig, maar weer terug naar de orde van de dag is ook niet verkeerd.
Over twee weken denk ik er vast weer anders over en kijk ik weer reikhalzend uit naar de herfstvakantie. Maar ach, er moet wat te wensen overblijven.

We wonen straks hemelsbreed slechts een kilometer verderop, maar het is een verschil van dag en nacht. Het verschil tussen wonen in een stad en wonen in een dorp.
Wonen op een groot erf is prachtig. De ruimte, de rust, het uitzicht. We zitten niet tegen een schutting te kijken die ons scheidt van de buren. We hoeven niet op gedempte toon te praten. Als ik manlief niet direct kan vinden kan ik zelfs hard roepen. We storen helemaal niemand.
n dan is de eerste vraag: waar begin ik. Want met 5000 m2 grond zijn er veel plekjes waar ik kan beginnen. Samen met mijn moeder besluit ik om eerst de oude kippenren te lijf te gaan. Tenminste, aan het gaas te zien neem ik aan dat dit de kippenren was. Verrotte balken, gescheurd gaas en hardnekkig prikkeldraad sleuren we aan de kant. Het zweet druipt over onze ruggen. Vervolgens gaan we de brandnetels te lijf. 


Geen water, geen gas. We hebben in ons nieuwe huis voorlopig alleen elektriciteit. Dat komt niet door de ouderdom, maar omdat koperdieven op het moment dat het huis op Funda stond, hun slag sloegen. Alle leidingen en kranen zijn gestolen. Als kers op de taart namen de boefjes ook de boiler en de watermeter mee.


meer spinnenwebben, zand, beestjes, houtsplinters en nog meer spinnenwebben. Dat is ongeveer hoe ons nieuwe huis er van binnen uitziet. Op zolder ligt een dood vogeltje, waarschijnlijk kon het niet meer naar buiten. Het stinkt er, het is muf, er is schimmel. De vloer zakt een beetje door als we er op lopen. Manlief en ik kijken elkaar aan: hoe hadden we dat avontuur ook alweer gezien?
Huis opknappen
En in de hooischuur ligt nog een paar klompen. Ons erf zou niet misstaan in een film over het oude boerenleven. Eigenlijk is het de perfecte plek voor een nostalgische fotoshoot!


Op de helft van mijn plasticdieet. Thuis had ik ruzie, omdat ik geen rijstwafels had meegenomen én omdat ik op het punt stond om pannenkoeken zonder spek te bakken. Om maar even twee voorbeelden te noemen. Vanmiddag in de winkel keek ik verbaasd toen ik afrekende: dat was niet veel. Maar in mijn karretje zat ook niet veel. Want het meeste van wat ik normaal gesproken koop, is verpakt in plastic.
De vakantie staat voor de deur. Zal het plasticdieet moeilijker vol te houden zijn? Op vakantie valt het me altijd op dat de vuilniszak die naast de caravan staat, altijd zo snel vol is. Uiteraard hebben we geen voorraadkast in de caravan, maar het moet toch minder kunnen. Ik pak dus nog snel even wat eigen bakjes en tasjes in en ga alvast op zoek naar gezellige marktjes in de buurt. Ik heb een doel: Ook op vakantie ben ik plasticvrij!

Maar dan ben ik er nog niet. Ik fiets door naar de Ekoplaza. Daar is meer keuze en zal ik zeker slagen verwacht ik. En dan is het toch schrikken, want heel veel is in plastic verpakt! Hoewel je hier zelf je noten kunt ‘tappen’, niemand vreemd opkijkt als je brood in je eigen zak stopt en groente en fruit los meeneemt, zijn al ‘mijn’ producten geplastificeerd: kaas, havermout, toiletpapier, rozijnen en koffie. Maar ik slaag hier wel voor de vleeswaren: leverpastei in een potje. Heb ik in ieder geval dochterlief tevreden gesteld. En de vleesvervangers uit de diepvries zitten ook alleen in karton.