You don’t know what you’ve got till it’s gone… Een regel uit het nummer Big Yellow Taxi. Maar ook een zin die oh zo toepasselijk is op onze situatie. Wat een woongenot hebben we altijd gehad. De verwarming die ’s morgens op het gewenste moment aanslaat zodat het behaaglijk is tegen de tijd dat wij op onze blote voeten beneden komen. Altijd warm water bij de hand. Iets opwarmen in de magnetron, iets bakken in de oven. Vuile vaat in de vaatwasser. En (bijna) altijd alles bij de hand.
En dan ga je van 135 m2 woongenot naar zo’n 35 m2. Waar moet ik heen met onze spullen? Ik ben werkelijk alles kwijt. En vind ik iets wel, dan heb ik geen plek om het op te bergen. Elke vierkante centimeter in onze stacaravan is bezet. In onze slaapkamers kunnen we onze kont niet keren. En dan staat er alleen maar een bed!
Zuinig met gas
Koken doen we op propaan, want de caravan heeft altijd op een camping gestaan. Een nieuwe fles is duur, dus letten we extra op ons gasgebruik: de geiser gaat alleen aan als we warm water nodig hebben. Lees: douchen en afwassen. ’s Morgensvroeg zet manlief (tot nu toe, en ik hoop nog heel lang) handmatig de gaskachel aan die de kamer een beetje voorverwarmt. Een elektrisch kacheltje zorgt ’s nachts voor een stabiele temperatuur van 12 graden. Zodra we thuis zijn gaan de schoenen uit en de sloffen aan. En een dik vest.
Ruzie wie moet afwassen
Afwassen doen we ouderwets met de hand. Een beetje wennen, want het aanrecht staat bij drie kopjes al vol. En voor zo weinig vaat gaat de geiser niet aan. En we maken weer ouderwets ruzie over wie wast en wie droogt. ’s Avonds maar wat eerder onder de wol. De lakens voelen akelig koud, maar worden door onze eigen temperatuur snel warm. Na een half uurtje gaan de sokken uit. Het dekbed ligt er al op, met eroverheen een groot, dik deken.
Luxe waarderen
Het klinkt als een hoop geklaag. Maar dat is het niet. Het is een openbaring om erachter te komen hoe we gewend zijn aan onze luxe, en deze vaak vergeten te waarderen. En dat je ook heel goed een tandje lager kunt leven, zonder daar direct hopeloos van te worden. We wennen snel aan de nieuwe situatie en genieten van dat waar we al heel lang naar uitkeken: vrijheid!




Wil je nog een courgette, vroeg mijn moeder? Haar courgetteplanten schenken gulzig grote dikke courgettes. Nee dank je, ik heb er zelf nog een paar liggen. Ik heb namelijk ook een paar planten in de tuin. We eten zo vaak courgette de laatste tijd, dat dochterlief de groente heeft opgenomen in haar lijst van ‘lust ik niet’. En dat is jammer. Want het is een lekkere groente die je in veel verschillende gerechten kunt gebruiken. Courgette recepten: van courgettespaghetti tot courgettemuffins. Hartig én zoet.
Dankzij de spirelli maak ik heerlijke pasta van courgette. De spirelli is een soort puntenslijper waar je de courgette doorheen draait. Met als resultaat lange spaghettislierten. Wok de courgette even kort voordat je ‘m met de pastasaus mengt. Zo raakt hij eerst zijn overtollige water kwijt en wordt je saus niet te dun.
Muffins




We wonen straks hemelsbreed slechts een kilometer verderop, maar het is een verschil van dag en nacht. Het verschil tussen wonen in een stad en wonen in een dorp.
Wonen op een groot erf is prachtig. De ruimte, de rust, het uitzicht. We zitten niet tegen een schutting te kijken die ons scheidt van de buren. We hoeven niet op gedempte toon te praten. Als ik manlief niet direct kan vinden kan ik zelfs hard roepen. We storen helemaal niemand.
n dan is de eerste vraag: waar begin ik. Want met 5000 m2 grond zijn er veel plekjes waar ik kan beginnen. Samen met mijn moeder besluit ik om eerst de oude kippenren te lijf te gaan. Tenminste, aan het gaas te zien neem ik aan dat dit de kippenren was. Verrotte balken, gescheurd gaas en hardnekkig prikkeldraad sleuren we aan de kant. Het zweet druipt over onze ruggen. Vervolgens gaan we de brandnetels te lijf. 


Geen water, geen gas. We hebben in ons nieuwe huis voorlopig alleen elektriciteit. Dat komt niet door de ouderdom, maar omdat koperdieven op het moment dat het huis op Funda stond, hun slag sloegen. Alle leidingen en kranen zijn gestolen. Als kers op de taart namen de boefjes ook de boiler en de watermeter mee.


meer spinnenwebben, zand, beestjes, houtsplinters en nog meer spinnenwebben. Dat is ongeveer hoe ons nieuwe huis er van binnen uitziet. Op zolder ligt een dood vogeltje, waarschijnlijk kon het niet meer naar buiten. Het stinkt er, het is muf, er is schimmel. De vloer zakt een beetje door als we er op lopen. Manlief en ik kijken elkaar aan: hoe hadden we dat avontuur ook alweer gezien?
Huis opknappen
En in de hooischuur ligt nog een paar klompen. Ons erf zou niet misstaan in een film over het oude boerenleven. Eigenlijk is het de perfecte plek voor een nostalgische fotoshoot!